zaterdag 19 mei 2018

Reactie SP op het gebruik van stroomstootwapens in GGZ instellingen

Onlangs schreef ik enige artikelen over het gebruik van stroomstootwapens in de gezondheidszorg door de politie en de manier waarop daklozen behandeld worden. Ik constateerde daarbij dat een meerderheid van de Tweede Kamer tegen het gebruik van stroomstootwapens is, evenals Anesty International, maar dat de SP tegen een motie in de Tweede Kamer stemde die het bgebruik van het wapen aan banden wilde leggen. Er is nu een reactie binnengekomen van de SP Die reactie vind je hieronder.


Hartelijk dank voor je mail. De reden dat wij destijds niet voor deze motie hebben gestemd is omdat op dit moment nog niet duidelijk genoeg is op welk moment welk middel kan worden ingezet om de veiligheid van mensen te waarborgen. GGZ-instellingen doen een beroep op de politie als de veiligheid van cliënten en het personeel in het geding is. Wat wordt aangegeven is dat de politie het stroomstootwapen inzet als alternatief voor het gebruik van het dienstwapen. Dus om te voorkomen dat je moet schieten, kan een stroomstootwapen gebruikt worden.

In september vorig jaar gebruikte de politie het pistool om een patiënt van een GGZ-instelling in Castricum in het been te schieten nadat deze met een mes een beveiliger te lijf was gegaan. Dat gaat heel ver, een kogel kan blijvende schade of invaliditeit veroorzaken. Een stroomstootwapen had misschien (en misschien ook niet) in dit geval uitkomst geboden.  We weten niet of dit wapen als alternatief kan worden ingezet, daarom loopt nu het onderzoek.  

Wij zijn het helemaal eens dat de inzet van geweld in de psychiatrie zoveel mogelijk vermeden moet worden.  Daar is het personeel en ook de politie zich zeer van bewust. Als SP zetten wij daarom in op preventie en steunen we juist de succesvolle projecten die laten zien dat - zonder te separeren, fixeren of andere dwangmiddelen toe te passen - escalatie van conflicten voorkomen kan worden. Maar dat neemt niet weg dat er situaties kunnen voorkomen waarin patiënten en medewerkers acuut in gevaar komen. Dan grijpt de politie is, en als het aan de SP ligt moet daar als het even kan nooit het dienstwapen voor gebruikt worden. Of een stroomstootwapen daarbij helpt is maar zeer te vraag, wij zijn daar zeker nog niet van overtuigd. Maar dat is dus de reden dat wij het onderzoek willen afwachten. Niet omdat we zo vóór de inzet van stroomstootwapens in de zorg zijn, maar omdat we willen weten of het als alternatief voor het gebruik van het pistool nuttig en minder schadelijk kan zijn.

Met vriendelijke groet,
Maarten Hijink
Tweede Kamerlid SP

dinsdag 1 mei 2018

Problemen met verdienen naast je bijstandsuitkering. Recht op bijzondere bijstand!

Er zijn mensen in de bijstand die bijvoorbeeld 15 uur part-time werken. Dat is onvoldoene om van te leven in veel gevallen, zeker met de lage lonen die we in Nederland in veel sectoren hebben. Dus je kunt aanvullende bijstand krijgen tot het voor jou geldende sociale minimum. Daarbij kun je gebruik maken van de bijverdienste regelingen in de Participatiewet. Die bijverdienste regelingen kun je vinden op overlevingsgids.net op pagina  en op deze pagina .

knelpunt

Maar vaak kan het misgaan met dat verdienen naast je uitkering. Zo wordt bijvoorbeeld op het loon de algemene heffingskorting toegepast en de bijstand wordt dan netto aangevuld. En aan het einde van het jaar wordt de netto bijstandsuitkering gebruteerd. Vaak wordt dan ook nog eens een keer de algemene heffingskorting bij de bijstand ook toegepast. Met andere woorden: de algemene heffingskorting wordt dan twee keer toegepast, op het loon en op de bijstandsuitkering. De belastingdienst verplicht je dan aangifte te doen, met als gevolg een aanslag van de belastingdienst van vaak meer dan 900 euro. Je moet als het ware een stuk heffingskorting terug betalen.

bijzondere bijstand

Wat je dan moet doen is met de aanslag van de belastingdienst bijzondere bijstand aanvragen. Deze moeten ze in behandeling nemen en toewijzen. Veel mensen weten dit niet. Onze ervaring is, dat klantmanagers er niet pro actief op wijzen dat je recht hebt op bijzondere bijstand, zoals ze soms ook niet de klant erop wijzen dat die in aanmerking komt voor de bijverdienregeling in de Participatiewet. Het kan wel zo zijn, dat de sociale dienst er wel rekening mee houdt, dat bij het betaalde werk de heffingskorting wordt toegepast. Dan heb je geen probleem. Maar in veel gevallen gebeurt dat dus niet

Piet van der Lende

maandag 30 april 2018

Vanaf 1 mei (dag van de arbeid) mogen WW-ers van 65 jaar en 4 maanden stoppen met solliciteren....

De meeste oudjes kunnen nog goed bewegen, dus ook wel werken
Vorige week schreef ik een commentaar  bij een kryptisch bericht over de sollitatieplicht voor ww-ers en mensen in de ziektewet. Het bericht was onduidelijk en riep vragen op. Inmiddels is het besluit in de Staatscourant gepubliceerd. .
Hieruit blijkt dat het gaat om een uiterst minimale verandering, waarvan wordt benadrukt dat het bijna geen geld kost. Tot nu toe was iemand die het laatste jaar voor zijn pensioen wordt ontslagen, vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Maar ouderen die al langer werkloos zijn, moesten wel tot precies hun AOW-leeftijd doorgaan met het zoeken naar een baan. Dat is nu gelijkgetrokken. Ook ww-ers die meer dan een jaar voor hun AOW in de WW komen hoeven nu in het laatste jaar voor die AOW niet meer te sollciteren. Zelfs het journaal besteedt er aandacht aan. Nou het is ook wel een revolutionaire verandering!. En ze maken er meteen een fout berocht van. Citaat: 'Alle oudere werklozen mogen een jaar voor hun AOW-leeftijd stoppen met het verplicht solliciteren'. Nou, alle werklozen, de bijstandsgerechtigden worden in de maatregel helemaal niet genoemd, op hen heeft het geen betrekking. Het moet niet te gek worden. Toch houdt de NOS vol in haar artikel: 'Als volgend jaar de AOW-leeftijd naar 66 jaar en 4 maanden gaat, mogen alle werklozen met 65 jaar en 4 maanden stoppen met sollicitatiebrieven schrijven'. Niet alle werklozen dus.

Piet

Politieke discussie over het gebruik van stroomstootwapens door de politie in GGZ instellingen en andere gezondheidszorginstellingen. De SP is ervoor

Minister Grapperhaus blijft het gebruik van de taser toestaan
Begin 2018 publiceerde ik twee artikelen over de daklozen in Nederland die worden uitgesloten van hulpverlening omdat ze 'zelfredzaam" zouden zijn. Zie 'daklozen in Amsterdam worden vaak niet geholpen' en 'daklozen worden gezien als probleem van openbare orde' In dit verband kwam ter sprake, dat de problematiek van de daklozen door de overheid sterk wordt benaderd als 'openbare orde" probleem, waarbij de politie stroomstootwapens inzet om verwarde mensen in GGZ instellingen en op straat tot rust te brengen. Een rapport van de Amsterdamse Rekenkamer over deze problematiek heeft blijkbaar weinig effect gehad, want nog steeds komen op het spreekuur van de Bijstandsbond daklozen die niet geholpen worden omdat ze 'zelfredzaam' zouden zijn, d.w.z. ze scoren hoog op de krakkemikkige 'zelfredzaamheidsmatrix'. Zo was er een daklozen die wanhopig op het spreekuur kwam omdat bij niet meer bij HVO terecht kon en de GGZ zei tegen hem: 'we kunnen je niet helpen, je bent niet verslaafd of psychisch gestoord, je bent zelfredzaam. Amnesty International reageerde in eerste instantie op het gebruik van het stroomstootwapen met het volgende standpunt. Amnesty is niet in alle gevallen tegen het gebruik van het stroomstootwapen, maar omdat het een in potentie levensbedreigend wapen is kan het wapen alleen in de openbare ruimte (dus niet binnen) gebruikt worden onder strenge voorwaarden zoals goed getrainde politieagenten, niet gebruiken bij kwetsbare mensen die extra risico lopen zoals mensen onder invloed van drank of drugs, alleen gebruik van stroomstootwapens op afstand en niet van dichtbij op het lichaam etc. Amnesty vroeg verder om uitstel van de invoering van het wapen.

Politiek

In de Tweede Kamer is men geschrokken van de inzet van het stroomstootwapen in GGZ instellingen. Kamerleden stelden vragen en wilden op korte termijn een antwoord.  Naar aanleiding van de tussentijdse rapportage van de politie over het gebruik van de taser/het stroomstootwapen stelde Kamerlid Van Dam (CDA) vragen over het gebruik van de “drive stun” mode (direct op het lichaam) en over de schaal waarop de taser in ggz-instellingen wordt ingezet. Die inzet zou in minstens tien gevallen zijn gebeurt. De vragen staan hier: 
Daarbij staat ook het antwoord van de minister.
Daaruit blijkt, dat de pilot met het stroomstootwapen in ieder geval nog tot 1 januari 2019 duurt. In de antwoorden gaat men geheel voorbij aan de voorwaarden die Amnesty stelde. Men heeft het over een betere training van agenten.  Het blijkt, dat het stroomstootwapen zelfs is ingezet in ziekenhuizen. Het blijkt, dat er dit voorjaar een evaluatierapport komt op basis waarvan wordt beslist of men het wapen wil blijven gebruiken.

De vragende kamerleden kondigden aan, dat als de regering niet op korte termijn een antwoord zou verstrekken er een motie zou worden ingediend in december, om het gebruik van het wapen in GGZ instellingen te verbieden. Dit is op 21 december gebeurd.
Op die dag heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het gebruik van tasers in ggz-instellingen niet langer is toegestaan:

De steun voor de motie was kamerbreed. Tegen stemden de VVD en de PVV (wat je wel kan verwachten) maar ook.....de SP. Ik heb geprobeerd te informeren waarom maar heb geen antwoord gekregen.

Amnesty

Inmiddels neemt Amnesty een heel wat fermer standpunt in. ‘Gebruik Taser door de Nederlandse politie onaanvaardbaar’ kopte de website van Amnesty op 19 februari.
De manier waarop de politie dit stroomstootwapen gebruikt, brengt onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich mee aldus Amnesty. Dat blijkt uit het op 19 februari  door Amnesty International gepubliceerde rapport Een mislukt experiment: De Taser-pilot van de Nederlandse politie. Per 1 februari dit jaar is officieel de evaluatiefase van het Taser-experiment beëindigd, maar zoals we hiervoor al zagen in de antwoorden op kamervragen mogen de verschillende politieteams  het stroomstootwapen blijven gebruiken tot 1 januari 2019. Amnesty vindt dat onaanvaardbaar in het licht van de bevindingen uit haar rapport en vraagt daarom om onmiddellijke opschorting van het gebruik van de Taser. Lees hier het rapport van Amnesty.
Het wachten is nu op het evaluatierapport dat binnenkort moet verschijnen. De alarmkreten van Tweede Kamerleden en van Amnesty lijken vooralsnog weinig invloed te hebben op het beleid van minister Grapperhaus van Justitie.

Piet van der Lende

zondag 29 april 2018

multiloog gespreksgroep

2 mei a.s. woensdag. 14.00 uur-17.00 uur. Multiloog met Heinz Mölders. De multiloog duurt tot 16.00 uur. Da Costakade 162 1053 XD Amsterdam.

We gaan een multiloog doen met Heinz Molders van de stichting IPC/INCA Projectbureau te Amsterdam. Multiloog-bijeenkomsten zijn gespreksgroepen voor iedereen die belangrijke zaken uit het dagelijks leven met een ander wil delen. Wat je ook op je hart hebt, je kunt ermee komen. We gaan in de multiloog onderwerpen behandelen als: omgaan met de klantmanager van Werk Participatie en Inkomen, meer in het algemeen omgaan met bureaucratisch denken van allerlei functionarissen van belastingdienst en gemeente, problemen met buren zoals geluidsoverlast of onveiligheid, de eigen administratie, schulden, werk of werkloosheid, vrijwilligerswerk, stress, etc.

Voorop staat daarbij het eigen verhaal, maar ook gaat het erom te luisteren en vooral de andere deelnemer erin te ondersteunen de voor hem/haar wezenlijke zaken aan de orde te stellen. Iedereen is welkom en indien gewenst is anonimiteit gewaarborgd. Niemand is verplicht iets te vertellen, alleen maar komen luisteren is ook toegestaan.

De gesprekken kunnen gaan over hoe we ons dagelijks leven vormgeven en wat we aan problemen tegenkomen. Door uitwisseling van ervaringen over hoe daarmee om te gaan kunnen we elkaar inspireren om er concreet uit te komen. We gaan met elkaar om vanuit van het persoonlijke verhaal, niet vanuit een hulpverleners positie. We willen elkaar ondersteunen zodat ieder zijn eigen expert kan worden en we proberen te vermijden dat er externe autoriteiten worden ingevoerd.

Mensen worden aangesproken op hun persoonlijke positie, je vertelt als persoon over je eigen ervaringen. Wel kunnen hulpverleners als persoon ook meedoen, waarbij de perspectiefwisseling- je verplaatsen in de positie van de ander- belangrijk is. In het verlengde van die perspectiefwisseling kunnen gezamenlijke initiatieven ontstaan om gezamenlijk iets aan het repressieve systeem dat we ervaren te doen. We leven in een enorm geïndividualiseerde maatschappij, waarbij we slechte dingen sterk toeschrijven aan het handelen van personen, terwijl wij allemaal opgenomen zijn in het onderdrukkende systeem en dat ook aan elkaar doorgeven.

Voor meer informatie:
INCA Projectbureau Amsterdam
Buskenblaserstraat 32'
1055 AJ Amsterdam
tel.:(0031) (0)20-6848012/06 110 67 017
www.inca-pa.nl
heinz.molders@inca-pa.nl

zaterdag 28 april 2018

ontmoedigingsbeleid

Het aantal klachten en bezwaarschriften o.a. in het kader van de Participatiewet, neemt drastisch af. Ambtenaren en bestuurders zoeken naar verklaringen voor dit fenomeen. Uit hun uitlatingen blijkt dat men meer aan wat zij noemen 'preventief beleid' zou doen. Uitkeringsgerechtigden worden gebeld als ze een bezwaarschrift indienen met de vraag of het niet anders kan worden opgelost. Of er wordt hen nog eens duidelijk gemaakt dat een klacht of bezwaarschrift geen zin heeft. Met andere woorden: een soort ontmoedigingsbeleid om van je rechten in juridische procedures gebruik te maken. Maar in het artikel worden ook andere redenen voor de afname van het aantal bezwaarschriften genoemd. Zoals de bezuinigingen op reïntegratiegelden, waardoor veel minder mensen in reïntegratietrajecten zitten en er dus ook minder klachten zijn.

Deze week kwam er wat het bovenstaande betreft nieuwe informatie. De Raad voor de Rechtspraak publiceerde begin april haar jaarverslag. Uit dit jaarverslag blijkt dat het aantal rechtszaken dalende is. Op zich houdt dat natuurlijk verband met het bovenstaande: als in de eerste fase minder bezwaarschriften worden afgehandeld, zal het aantal zaken in het vervolg van de juridische keten ook afnemen. Met name het aantal incassozaken over het niet betalen van rekeningen is afgenomen. In 2017 werden 81 duizend minder zaken hierover aan de rechter voorgelegd. De daling van het aantal rechtszaken is overigens al een paar jaar zichtbaar.

Een van de redenen voor de daling die de Raad voor de Rechtspraak noemt is het einde van de economische crisis. Burgers kunnen simpelweg hun rekening makkelijker betalen. Ook worden geschillen steeds vaker buiten de rechter bemiddeld, via bijvoorbeeld mediation. De Raad maakt zich echter zorgen dat de hoge griffierechten, de kosten die moeten worden betaald voor het voeren van een rechtszaak, burgers afschrikt. Steeds meer mensen vinden de gang naar de rechter te duur, te ingewikkeld en te ongewis.

Vooral het noemen van de 'mediation' is interessant in het licht van wat ik heb geschreven. Alex Brenninkmeijer, hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht en voorheen Nationale ombudsman ziet in de Volkskrant alleen maar voordelen. ‘Het is heel verheugend dat het aantal zaken terugloopt. Dat conflicten op een andere manier worden opgelost, door bijvoorbeeld mediation, is een goed teken. De deskundigheid van mediators in Nederland is toegenomen en breder bekend. Er zijn veel voordelen aan verbonden: het is sneller, overzichtelijker en kost minder dan een rechtszaak.’

Oud Ombudsman en thans hoogleraar in Utrecht Alex Brenninkmeijer ziet geen probleem in het vervangen van officiele rechtsprocedures door onderhandelingen en mediation
Maar is het wel zo eenvoudig? Zijn officiële, heldere rechtsprocedures die duidelijk staan omschreven niet te verkiezen boven vage onderhandelingen? Ontstaat er met mediation niet een grijs schemergebied, waarin de individuele burger maar moet zien door (gewiekste) onderhandelingen zijn of haar doel te bereiken in plaats van door een oordeel van de onafhankelijke rechter. (Even afgezien van discussies over de mate van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht) Hoe controleer je of in dat schemergebied een rechtvaardige afhandeling niet ontaardt in een structureel ontmoedigingsbeleid, waarbij de rechten van de burger in de knel komen op basis van financiele argumenten (het mag niet teveel geld kosten) waarbij die kosten belangrijker zijn dan de rechten van de burger?

We gaan steeds meer toe naar een maatschappij, waarin niet heldere rechten van de burger centraal staan maar vage onderhandelingssituaties, waarin je moet onderhandelen over je rechten. Keukentafelgesprekken in het kader van de WMO, gesprekken met reïntegratieconsulenten in het kader van de Participatiewet of de WW, keuringen op arbeidsongeschiktheid en loonwaardebepalingen, mediation bij conflicten tussen partijen. Ik denk dat in dit schemergebied uiteindelijk het recht van de sterkste geldt. Niet alleen op het gebied van inkomen, met een steeds grotere kloof tussen arm en rijk, maar met een instututioneel onderscheid tussen eerste en tweederangs burgers op alle rechtsgebieden.
 
Piet van der Lende

vrijdag 27 april 2018

Vrijstelling sollicitatieplicht in laatste jaar voor AOW

Een kryptisch besluit van Wouter Koolmees
Net ontdekt dat op 23 april een uitterst kryptisch bericht is verschenen op de website van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid met de volgende inhoud:

"Vrijstelling sollicitatieplicht in laatste jaar voor AOW"

Uitkeringsgerechtigden die een jaar voor hun AOW zitten, worden per 1 mei 2018 vrijgesteld van hun sollicitatieplicht. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de regeling getekend.
Momenteel hebben mensen die binnen een jaar de AOW-leeftijd bereiken, hun werk verliezen of ziek worden, sollicitatieplicht. Maar mensen die in dat laatste jaar werkloos of ziek worden, zijn daarvan vrijgesteld. In de nieuwe regeling wordt dit gelijkgesteld. Het gaat om werknemers die een uitkering ontvangen op grond van de WW, de Ziektewet, de IOW en de Wet Wia. "

Dit bericht, waarvan ik geen verdere toelichting kan vinden, roept bij mij vele vragen op. Met name de tweede alinea is voor mij volkomen onbegrijpelijk. Gaan nu alle mensen in de genoemde uitkeringen, die een jaar voor hun AOW zitten vrijgesteld worden? Of alleen de mensen die tot het laatste jaar gewerkt hebben en dan ziek worden of werkloos? Dat zou belachelijke krenterij zijn. En de mensen in de bijstand worden helemaal niet genoemd. Dus een ZZP-er die niet verzekerd is voor de bovengenoemde wetten, en die in de bijstand komt, het laatste jaar, die houdt wel sollicitatieplicht? Of waren mensen die in het laatste jaar ziek of werkloos worden al vrijgesteld? Wat betekent dan 'in de nieuwe regeling wordt dit gelijkgesteld'? Wat wordt er dan gelijkgesteld? Ik begrijp er niets van. Hier de link naar het oorspronkelijke bericht. http://www.nieuwsszw.nl/vrijstelling-sollicitatieplicht-in-laatste-jaar-voor-aow/
Ik heb het ministerie om opheldering gevraagd

Piet van der Lende

De viering van 1 mei. Tijd voor reflexie en grote veranderingen

Aanstaande dinsdag 1 mei worden overal in het land weer 1 mei vieringen gehouden. De Bijstandsbond doet mee aan het baanlozenblok in de demonstratie van de FNV in Den Haag. Ziehier voor meer informatie. 1 mei is de feestdag van de arbeidersbeweging over de gehele wereld. Een strijd dag voor een betere maatschappij, maar ook een dag van reflexie.

In Nederland heeft de vakbeweging gekozen voor een ‘offensief’ om fundamentele veranderingen af te dwingen voor werkenden en niet werkenden. Er is een race naar beneden gaande. De winsten stijgen, maar de lonen van werknemers blijven achter door een moordende concurrentie op arbeidsvoorwaarden. De trefwoorden die de FNV naar voren brengt zijn kwaliteit, zekerheid en inkomen. Dat is mooi.

Maar fundamentele veranderingen houden meer in dan een betere verdeling van de welvaart. De mensheid staat voor drie grote uitdagingen: het buiten beschouwing laten van milieu en maatschappelijke kosten en vernietiging van de natuur in het kapitalistich productiesysteem, dat zich voortsleept van crises naar crises op basis van een verrot financieel systeem, de energiecrisis en in het verlengde daarvan de ecologische en milieu catastrofes die leiden tot de klimaatcrisis en de opwarming van de aarde.

Om deze uitdagingen tegemoet te treden is het niet voldoende een herverdeling te bewerkstelligen binnen het huidige systeem in overleg met een minderheid die de productiemiddelen bezit in een politiek systeem, dat de belangen van die minderheid dient middels het marktdenken. De vakbeweging kan zich niet meer beperken tot arbeid, sociale zekerheid, inkomen en ‘bestaanszekerheid’. Een brede vakbeweging gaat uit van een discussie over een visie om de bovengenoemde uitdagingen tegemoet te treden. Terug naar het fundament: welk financieel systeem willen wij? Wie beslist over de aanwending van de productiemiddelen? Wie bepaalt waar wat wanneer geïnvesteerd wordt? Wat is verder democratie eigenlijk? Welke maatregelen moeten worden genomen om de energietransitie tot stand te brengen? Wij kunnen ons daarbij niet beperken tot een fonds, waarmee nieuwe werkgelegenheid wordt gecreeerd voor mensen die nu in de vervuilende industriën werken.

In het land wachten de mensen niet op de politieke en vakbonds leiders, die steggelen over details op uitvoeringsniveau. Overal in het land zijn er initiatieven voor de oprichting van energie en andere cooperaties, in de gezondheidszorg en de bejaardenzorg bijvoorbeeld, en in de Transition towns. Verantwoord omgaan met de schatten van de aarde en een andere manier van leven wordt overal in de praktijk gebracht. Repair cafes, kringloop winkels, weggeefwinkels, etc

Deze trend van burgerinitiatieven is in Nederland erg sterk. Maar de initiatieven zijn vooralsnog onvoldoende om op macro niveau grote veranderingen te bewerkstelligen. Daarvoor zijn fundamentele veranderingen nodig in het politieke en economische systeem, die alleen kunnen worden bereikt door de vele bovengenoemde initiatieven een politieke stem te geven en de voorwaarden voor het nemen van dergelijke initiatieven te verbeteren. De vakbeweging kan die politieke stem vorm geven.

Wij willen samen met andere flexwerkers, baanlozen, migranten, mannen vrouwen, zwarten en witten strijden voor meer ruimte voor eigen initiatieven van individuen en groepen die in zelfbeheer hun steentje willen bijdragen aan het antwoord op de grote uitdagingen van onze tijd.

Bijstandsbond

Nieuwe voorrangsregeling in Woningnet regio Amsterdam

De huisvestingsverordening in de gemeente Amsterdam is per 1 maart gewijzigd. Meer over de wijzigingen in de huisvestingsverordening.


Sommige mensen komen  in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming in de meerkosten van verhuizing (verhuiskostenvergoeding) omdat zij op medische gronden of op basis van een WMO-indicatie of omdat zij 65+ zijn moeten verhuizen naar een geschiktere woning. Zij hebben als het goed is op 24 april een brief ontvangen van de Backoffice Zorg van de gemeente. In de brief staat dat er een nieuwe voorrangsregeling is in Woningnet voor sociale huurwoningen.

In de brief staat wat urgenten moeten doen om van deze regeling gebruik te kunnen blijven maken. Om gebruik te kunnen maken van voorrang voor sociale huurwoningen moet in het systeem van Woningnet de indicatiedatum van de verhuiskostenvergoeding worden opgenomen. Deze indicatiedatum staat op de beschikking die de gemeente naar urgenten heeft gestuurd en waarin wordt bepaald dat men voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking komt.

U moet een kopie van de beschikking sturen naar Woningnet. Dat kan op twee manieren:

1. Via het contactformulier op de website van Woningnet namelijk
https://www.woningnetregioamsterdam.nl/Contactformulier

2. Per post een kopie van de beschikking sturen waarbij het registratienummer van Woningnet moet worden vermeld. Adresseren aan: Woningnet –- Postbus 158 –- 1380 AD Weesp.

Als men de beschikking niet meer heeft of niet kan vinden kunt u een kopie aanvragen bij de WMO Helpdesk. Woningnet verwerkt binnen 5 werkdagen de voorrang in de administratie.

Als u nog niet ingeschreven bent in Woningnet, dan moet men dat eerst doen. Pas daarna kan men het voorrangslabel laten activeren. Meer informatie over het inschrijven en het zoeken naar passende woningen vindt men op  www.woningnet.nl

Als uw voorrang is verwerkt, kunt u in Woningnet reageren op woningen met het label ‘Voorrang: eerst medisch urgenten, dan WMO-indicatie, dan 65+. U moet bij het zoeken goed letten op de wooneisen die in de beschikking verhuiskostenvergoeding staan. Deze worden ook vermeld in de advertentieteksten op Woningnet. U moet op het formulier dat u moet invullen om voor de verhuiskostenvergoeding in aanmerking te komen wanneer u een woning hebt gevonden aangeven of de woning aan de in de beschikking genoemde eisen voldoet.

Indien er nog vragen zijn kan contact worden opgenomen met de WMO Helpdesk 0800-0643. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur-18.00 uur. Als u vragen hebt over de inschrijfprocedure bij Woningnet en vragen over de voorrangsindicatie verwijst de WMO Helpdesk u overigens naar Woningnet. Bij die vragen kunt u Woningnet beter rechtstreeks bellen.

zondag 22 april 2018

De Flextensie papers

Over het bedrijf Flextensie, dat werklozen met behoud van uitkering bij bedrijven tewerk stelt, is veel te doen geweest. Het bedrijf sluit contracten af met vele gemeenten. Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur bij die gemeenten worden nu stukken over de ‘Flextensiecontructie’ gepubliceerd. Stukken van de gemeenten Utrecht, Zaanstad, Den Haag en Almere zijn al binnen. U kunt de documenten raadplegen op http://openbaarheid.nl/wob-resultaten/flextensie-2017/

constructie

Werklozen worden op flexibele basis ingezet in bedrijven. Baanlozen mogen zich ‘vrijwillig’ inschrijven en tot zes maanden lang zonder loon en arbeidsrechten werken voor bedrijven en organisaties. In de praktijk is het echter onduidelijk hoe vrijwillig die vrijwilligheid is. De inlenende werkgevers betalen een vast tarief van 12,50 euro per uur (zonder werkgeverslasten). De bijstandsgerechtigde moet het doen met een premie van en of twee euro per gewerkt uur en wordt nog altijd gecontroleerd en gedisciplineerd via het bijstandsregime. De gemeenten en Flextensie verdelen de buit die zij vangen van het tarief dat de inlenende werkgever betaalt.

Oproep

Hopelijk wordt in het kader van de openbaar wordende documenten duidelijk hoe Flextensie de gemeenten zover krijgt aan de constructie mee te doen, en wie er nou precies beter wordt van deze constructie. Dat zijn zo vragen naast vele andere. Daarbij zijn niet alleen bovengenoemde documenten belangrijk, maar ook de ervaringen van de deelnemers zelf zijn minstens zo belangrijk. Daarom is er een oproep je ervaringen te melden of informatie over de Flextensieconstructie te melden als je die hebt.

Heb jij gewerkt via Flextensie? Ben je benaderd om te werken via Flextensie? Ken jij iemand die bij Flextensie heeft gewerkt? Ken je bedrijven of organisaties die gebruik maken van Flextensie-baanlozen? Mail dan: dwangarbeid@doorbraak.eu.

donderdag 19 april 2018

Oproep van de Bijstandsbond voor het baanlozen blok tijdens de 1 mei demonstratie in Den Haag van de FNV

Op 1 mei demonstreert de FNV in Den Haag op de wereldwijde internationale dag van de arbeid onder het motto: "strijd mee voor kwaliteit, zekerheid en inkomen". Velen zullen aan deze demonstratie meedoen. Uitkeringsgerechtigden, gepensioneerden, werkenden, migranten, etc. Om 14.00 uur is er inloop en verzamelen deelnemers op het Malieveld, om 15.00 uur de start van de demonstratie en om 16.00 uur terugkomst op het Malieveld. Dan is er een programma en om 17.00 uur einde van de demonstratie.

Tijdens en na de demonstratie zijn er vele initiatieven. FNV Young and United organiseert na afloop van de demonstratie de Avond van de Toekomst. Vanaf 19.00 uur in Poppodium Paard in Den Haag. Een avond over de toekomst van werk en samenleving volgens jongeren. Inloop en eten vanaf 17.30 en het programma start om 19.00 . Aansluitend is er uiteraard ruimte voor een borrel en muziek. Voor meer informatie: https://www.facebook.com/events/185324985431997/

Doorbraak en de Bond Precaire Woonvormen (BPW) hebben het initiatief genomen om een blok te gaan vormen van baanlozen, flexwerkers en flexhuurders. Met een apart blok willen we duidelijk maken dat zij zich van onderop organiseren, voor hun belangen strijden en daarbij ook successen boeken. Om 14.00 uur start een eigen programma met sprekers en muziek. Om 15.00 uur neemt het blok deel aan de demonstratie. Meer informatie: https://www.doorbraak.eu/1-mei-haag-blok-baanlozen-flexwerkers-en-flexhuurders-tijdens-1-mei-demonstratie-fnv/

Ook de Bijstandsbond uit Amsterdam neemt evenals vorig jaar deel aan het blok van baanlozen, flexwerkers en flexhuurders. Wij roepen iedereen op zich bij ons aan te sluiten. Wij verzamelen om 12.00 uur bij het Centraal Station in Amsterdam bij de linkeringang. Bel of mail even van te voren of je met ons mee wil. FNV-ers hebben een gratis kaartje, maar leden van de Bijstandsbond en anderen kunnen met ons overleggen over de kosten als je het niet kunt betalen.

Bijstandsbond
020-6898806
info@bijstandsbond.org

zaterdag 14 april 2018

Hoe kan ik aan goedkoop en gezond voedsel komen?

In Nederland zijn we rijk. Erg rijk. Zo rijk dat we eten weggooien. Thuis (ca. 10%), bij de supermarkt en de groothandel (ca. 4.5%), bij de verwerkingsindustrie (ca. 5%) en de boerderijen (ca. 17%). Containers vol goed en minder goed eten worden zonder pardon ter vernietiging aangeboden bij afvalverwerkingsbedrijven. Deze overdaad gaat natuurlijk ten koste van de reserves die onze planeet heeft. Het schrijnend tekort aan voedsel in delen van de wereld staat in verband met onze riante leefstijl. Er zijn een aantal dingen die je als particulier kunt doen om deze situatie enigszins tegen te gaan. Als je hier helemaal op los gaat, kun je jezelf een freeganist noemen. Zo’n iemand leeft van alles dat over is. Er zijn veel mensen die zo'n levensstijl hebben ontwikkeld. Een mooi initiatief is dumpster diving, oftewel skippen. Dit houdt in dat je de containers van supermarkten, groothandels en fabrieken afstruint op zoek naar voedsel of producten. Veel voedsel dat door de Nederlandse industrie wordt weggegooid is namelijk nog prima, smaakvol en veilig te consumeren. De strenge regelgeving zorgt er echter voor dat producten vóór het verlopen van hun uiterste houdbaarheidsdatum worden verwijderd uit de winkel. Bovendien zijn de ‘houdbaar tot’ datums vaak riant genomen. Meestal kan het product nog prima na deze datum geconsumeerd worden. Kwestie van ruiken en je gezond verstand gebruiken. Deze tekst komt van de website van Esmeralda Tijhoff

Wat kan ik doen

Je kunt proberen in contact te komen met freeganisten en ook op pad gaan. Je kunt bijvoorbeeld een restaurant bezoeken dat door die mensen wordt gerund en contacten leggen. In Amsterdam heb je de guerilla kitchen. De @guerillakitchenamsterdam is te vinden bij restaurant Robin Food in de Frederik Hendrikstraat 111. Ze hebben een facebookpagina met mededelingen. Je kunt er op wo4ensdagavond eten voor een vrijwillige bijdrage van 18.00 uur tot 21.00 uur. Bezoek de facebookpagina voor meer informatie Je kunt overigens in restaurant het Robin Food Kollektief ook op andere dagen van de week lekker veganistisch eten voor een tientje.

Andere mogelijkheden om goedkoop te eten.

Je hebt het initiatief van de Buurtbuik. Blijkens hun website strijdt BuurtBuik tegen voedselverspilling door overvloedig eten op te halen bij horeca, supermarkten en groenteboeren en het te delen met buurtbewoners. Zo maken we samen een betere buurt: we brengen buurtbewoners bijeen, helpen elkaar een handje en strijden tegen voedselverspilling. Je http://buurtbuik.nl/kunt in de initiatieven van buurtbuik gratis eten. Bezoek hun website voor de vestigingen in Amsterdam en eentje in Utrecht. vestigingen restaurant buurtbuik Volgens mensen die er wel eens gaan eten is vooral de BuurtBuik op het Cremerplein in Amsterdam erg goed. Je moet wel precies om 18.00 uur aanwezig zijn en er is geen drank. Ze zijn er iedere zaterdag.

Ik heb een bijstandsuitkering en geld gewonnen met speculeren in Bitcoins of aandelen. Is dit vermogen of zijn het inkomsten?

Enige tijd geleden kregen wij bij de Bijstandsbond de volgende vraag. 'Ik heb een verdubbeling van mijn inleg in bitcoins van €1000,- naar €2000,- in december 2017. Moet ik dit melden bij de Sociale Dienst en beschouwen zij dit als inkomsten of kan ik alles rustig op m'n spaarrekening zetten en wordt het beschouwd als groei van m'n vermogen (dat daarmee nog lang niet aan het maximaal toegestane bedrag komt)?. Wij hebben geantwoord dat het het ons inziens vermogen is, hetzelfde als het hebben van aandelen of goud dat in waarde stijgt.

Wij hebben de vraag echter ook voorgelegd aan de sociale dienst in Amsterdam (afgekort WPI). Zij hebben het volgende antwoord gegeven.

U heeft een vraag gesteld over crypto valuta en hoe die in samenhang met bijstand worden beschouwd.

  In Amsterdam worden crypto valuta zoals bijvoorbeeld bitcoins beschouwd als ‘middelen’ en daarom kunnen zij van invloed zijn op de bijstandsuitkering. Hierbij gaat de gemeente Amsterdam uit van de economische waarde van de crypto valuta in het maatschappelijk verkeer. M.a.w. welk bedrag in euro’s kan iemand krijgen voor deze valuta. Dit is niet anders als wanneer iemand zich bijvoorbeeld in US dollars laat uitbetalen, waarbij ook de waarde in euro’s wordt gebruikt.

  Of de valuta als vermogen of inkomen worden gezien, is afhankelijk van waar de valuta terechtkomen. Worden de valuta ergens ‘geparkeerd’ en op een later moment uitbetaald, dan worden ze als vermogen gezien. Worden de  valuta direct uitbetaald aan belanghebbende, dan worden ze als inkomsten beschouwd. Dit verschilt niet veel van de wijze waarop de Belastingdienst naar de inkomsten kijkt. In het hypothetische geval dat iemand zich elke maand in crypto valuta laat uitbetalen, dan wordt gekeken naar de waarde in euro’s en wordt die waarde maandelijks als inkomsten verrekend met de bijstandsuitkering'.

Het antwoord is aan de ene kant wel duidelijk. je kunt je crypto's namelijk op een site 'stallen' of op een eigen apparaat. Wij denken dat zij bedoelen dat het in die gevallen als (toegenomen) vermogen wordt beschouwd. Totdat het van zo'n site of apparaat naar een persoonlijke bankrekening wordt overgemaakt.  Dus zolang je die gewonnen €1000,- (want verdienen kun je het niet noemen) op de site als tegoed bewaart, is het vermogen. En als je het naar je rekening overmaak, ben je in dit geval een maand uitkering kwijt :-)  Maar wij hebben als Bijstandsbond nog vragen, die we nog moeten uitzoeken. In de eerste plaats is het de vraag, of bitcoins als kryptovaluta moeten worden beschouwd. In de tweede plaats denken wij dat de winst gewoon toegevoegd moet worden aan het vrij te laten vermogen, ook als het op je bankrekening wordt gestort. Het vermogen groeit als het ware. Dat is heel iets anders dan wanneer iemand zich voor bv een geleverde prestatie of bij verkoop van een goed in valuta laat uitbetalen en dat dan omgerekend wordt in euro's. Dan gaat het om inkomsten. Maar hier is sprake van groei van het vermogen met een vrij te laten grens.

Wat kan ik doen:

Je kunt de veilige kant kiezen, en de winst op je bitcoin rekening laten staan als appeltje voor de dorst voor later. Er staat in het antwoord, dat als het 'later' wordt uitbetaald, het ook vermogen blijft. Stort je het geld op je bankrekening direct, dan loop je het risico, dat de gemeente dit als inkomsten ziet als je een bijstandsuitkering hebt.

Wat zijn mijn rechten en plichten bij de bescherming van mijn privacy?

Omdat de overheid algoritmes gaat inzetten bij fraudebestrijding is het tijd om de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die op 25 mei 2018 van kracht is erbij te halen. Hieronder een kleine gedeelte van de tekst van deze Europese Privacy Wetgeving. De gehele wetgeving vind je op de website van het College Bescherming Persoonsgevens, de huidige Autoriteit Persoonsgevens,
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-nieuwe-europese-privacywetgeving

Klik op bovenstaande link en bekijk de rechten en plichten van Overheid, de bedrijven en natuurlijk het belangrijkste van de burger.

Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

De AVG-privacyrechten van de burger
Ten slotte hebben mensen recht op duidelijke informatie over wat u met hun persoonsgegevens doet. Onder de AVG moet u aan een aantal specifieke eisen voldoen.

Wat kan ik doen:

Als u vindt dat uw privacy wordt aangetast en u dient een verzoek in om de gegevens aan te passen of te verwijderen, of u wilt inzage in de gegevens die men van u heeft, en dit wordt niet gehonoreerd, dan kunt u bezwaar indienen. Het recht om bezwaar te maken tegen de gegevensverwerking

zondag 8 april 2018

Aantal klachten en bezwaarschriften in het kader van de Participatiewet nemen landelijk sterk af

De Bijstandsbond heeft van verschillende kanten gehoord dat het aantal klachten en bezwaarschriften tegen gemeenten in het kader van de Participatiewet drastisch afneemt. Wij vermoeden dat die daling nauw samenhangt met doelbewust gemeentebeleid om mensen die een uitkering hebben of aanvragen, te ontmoedigen om bezwaar te maken tegen afwijzingen.
 
In Amsterdam zou het aantal klachten en bezwaarschriften zijn gedaald van tweehonderd per week onder de voormalige GroenLinks-wethouder Andrée van Es naar veertig per week onder de huidige SP-wethouder Arjan Vliegenthart. Het totale aantal tussen 2015 en 2017 daalde met een derde naar 4.198 schriftelijke bezwaren. Dat zou je wellicht nog kunnen toeschrijven aan het beleid van Vliegenthart, maar het blijkt dat ook in zeer veel andere gemeenten het aantal klachten en bezwaren drastisch afneemt. De afname heeft gevolgen voor de hele juridische keten: ook het aantal rechtszaken neemt daardoor af. Deskundigen staan voor een raadsel, schijnt het. In het Amsterdamse stadhuis vond daarover onlangs een bijeenkomst plaats met vertegenwoordigers van meerdere gemeenten. Naar wij hebben begrepen gaat de VNG onderzoek doen naar het fenomeen.

Daling in vier grote steden

Naast het ontmoedigingsbeleid speelt volgens de Bijstandsbond ook een rol dat er drastisch is bezuinigd op de reïntegratiegelden, waardoor gemeenten veel minder trajecten hebben en er dus in dat opzicht ook minder klachten zijn. Volgens deskundigen zou er nog een andere reden zijn, namelijk dat binnen gemeenten de koppeling van bestanden veel beter zou zijn geregeld. Uitkeringsgerechtigden die bijverdienen, krijgen niet pas veel later terugvorderingen, zoals vroeger gebeurde. Want de gemeente is er nu al binnen twee maanden van op de hoogte als iemand een deeltijdbaan neemt. Men kan dus eerder ingrijpen. Maar wij hebben onze twijfels over deze reden, want het blijkt dat bij de Sociale Verzekeringsbank op het gebied van de AOW ook veel minder klachten en bezwaarschriften binnenkomen. Behalve in zaken waar het gaat om de IOA-aanvulling.
Nadat wij deze ontwikkeling hadden doorgegeven aan Binnenlands Bestuur, wijdde dat blad er een artikel aan. Daaruit blijkt dat een soortgelijke daling als in Amsterdam ook werd geconstateerd in Den Haag. In Utrecht halveerde het aantal bezwaarschriften bijna. Voorlopige cijfers van de gemeente Rotterdam laten zien dat het aantal bezwaarschriften bescheiden afnam. Daar ligt het aantal bezwaarschriften vooralsnog het hoogst; voor zover nu bekend deden afgelopen jaar 7.242 Rotterdammers hun beklag. Dat betekent dat in 2017 rond de 25 procent van de bijstandsgerechtigden in Rotterdam een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een beslissing van de gemeente. Binnenlands Bestuur onderzocht niet de ontwikkelingen in andere gemeenten en ook niet bij de Sociale Verzekeringsbank.

Propaganda

De gemeenten geven zelf als reden voor de dalingen aan dat besluiten die ongunstig zijn voor inwoners tegenwoordig mondeling worden gecommuniceerd. Ook worden besluiten waar bezwaar tegen is aangetekend eerst heroverwogen, waarbij na een voor de cliënt gunstige herziening de bezwaren vaak weer worden ingetrokken. Den Haag en Utrecht laten weten dat medewerkers van Sociale Zaken worden getraind om samen met cliënten naar de best mogelijke oplossing te zoeken. Daarnaast maakt Utrecht werk van preventie. Zo wordt er meer moeite gestoken in voorlichting om fouten te voorkomen. Amsterdam wijst ook op meer mondeling contact met cliënten, en daarnaast op het stroomlijnen van aanvraagprocedures. Met dit soort propaganda kloppen de grote steden zichzelf op de borst. Dankzij een beter preventief beleid, betere communicatie met de klanten en verbetering van de uitvoeringspraktijk zou het aantal klachten en bezwaren zijn afgenomen. Volgens de Bijstandsbond is dat op zijn minst gedeeltelijk onzin. In de praktijk is er bijvoorbeeld in Amsterdam bij het indienen van een bezwaarschrift helemaal geen extra communicatie met de betrokkene.
Wel is het zeer waarschijnlijk dat gemeenten steeds meer een beleid aan het voeren zijn om bijstandsgerechtigden ervan te weerhouden om van hun rechten gebruik te maken. Baanlozen die een bezwaarschrift willen indienen of naar de rechter willen stappen, krijgen te maken met ambtenaren die stevig op hen in gaan praten en hen onder druk gaan zetten om af te zien van verdere procedures. In de zin van: je hebt toch geen kans, het zit zo en zo in elkaar, bezwaar maken heeft daarom geen zin, enzovoorts. Met andere woorden: mensen aan de onderkant van de samenleving krijgen weer eens aangepraat dat verzet zinloos zou zijn en dat ze zich koest zouden moeten houden. Maar het tegendeel blijkt waar te zijn: alleen degenen die blijven vechten, kunnen successen boeken.

Piet van der Lende

vrijdag 6 april 2018

Word lid of donateur van de Bijstandsbond

Met een bijdrage steunt u onze strijd tegen verarming en voor rechtvaardigheid. De #Bijstandsbond is een onafhankelijke belangenorganisatie van mensen met een minimuminkomen. Wij ontplooien diverse activiteiten om de belangen van die groep te behartigen. Voorlichtings en informatiebijeenkomsten, spreekuur, acties en lobbywerk. Het spreekuur is op dinsdag en donderdag van 11.00 uur tot 16.00 uur.

U kunt lid of donateur worden van de Bijstandsbond voor 17 euro per jaar. Maar als u minder kunt missen dat kan ook, dan schrijven wij u toch in als lid. Wij kunnen u dan lid maken van de berichtenlijst per e-mail van de Bijstandsbond, als u dat wilt. Dan blijft u op de hoogte van onze activiteiten. Met uw lidmaatschap steunt u een onafhankelijke belangenorganisatie van #ervaringsdeskundigen die strijdt tegen #armoede, de doorgeschoten #controlemaatschappij en de #stigmatisering van #werklozen en #bijstandsgerechtigden. Wij helpen onder andere mensen met #AOW, #WIA of #bijstand.

U kunt een formuliertje invullen op http://bijstandsbond.amsterdam. U kunt met een overschrijvingskaart of via internetbankieren storten op rekening IBAN NL22 INGB 0004 5548 t.n.v. Vereniging Bijstandsbond Amsterdam te Amsterdam.

U kunt ook op ons kantoor langskomen en contant betalen. Al onze activiteiten zoals het spreekuur en de voorlichting zijn gratis. De Bijstandsbond heeft de ANBI status.

zaterdag 31 maart 2018

Multiloog

4 april a.s. woensdag. 14.00 uur-17.00 uur. Multiloog met Heinz Mölders. De multiloog duurt tot 16.00 uur. Da Costakade 162 1053 XD Amsterdam.

We gaan een multiloog doen met Heinz Molders van de stichting IPC/INCA Projectbureau te Amsterdam. Multiloog-bijeenkomsten zijn gespreksgroepen voor iedereen die belangrijke zaken uit het dagelijks leven met een ander wil delen. Wat je ook op je hart hebt, je kunt ermee komen. We gaan in de multiloog onderwerpen behandelen als: omgaan met de klantmanager van Werk Participatie en Inkomen, meer in het algemeen omgaan met bureaucratisch denken van allerlei functionarissen van belastingdienst en gemeente, problemen met buren zoals geluidsoverlast of onveiligheid, de eigen administratie, schulden, werk of werkloosheid, vrijwilligerswerk, stress, etc.

Voorop staat daarbij het eigen verhaal, maar ook gaat het erom te luisteren en vooral de andere deelnemer erin te ondersteunen de voor hem/haar wezenlijke zaken aan de orde te stellen. Iedereen is welkom en indien gewenst is anonimiteit gewaarborgd. Niemand is verplicht iets te vertellen, alleen maar komen luisteren is ook toegestaan.

De gesprekken kunnen gaan over hoe we ons dagelijks leven vormgeven en wat we aan problemen tegenkomen. Door uitwisseling van ervaringen over hoe daarmee om te gaan kunnen we elkaar inspireren om er concreet uit te komen. We gaan met elkaar om vanuit van het persoonlijke verhaal, niet vanuit een hulpverleners positie. We willen elkaar ondersteunen zodat ieder zijn eigen expert kan worden en we proberen te vermijden dat er externe autoriteiten worden ingevoerd.

Mensen worden aangesproken op hun persoonlijke positie, je vertelt als persoon over je eigen ervaringen. Wel kunnen hulpverleners als persoon ook meedoen, waarbij de perspectiefwisseling- je verplaatsen in de positie van de ander- belangrijk is. In het verlengde van die perspectiefwisseling kunnen gezamenlijke initiatieven ontstaan om gezamenlijk iets aan het repressieve systeem dat we ervaren te doen. We leven in een enorm geïndividualiseerde maatschappij, waarbij we slechte dingen sterk toeschrijven aan het handelen van personen, terwijl wij allemaal opgenomen zijn in het onderdrukkende systeem en dat ook aan elkaar doorgeven.

Voor meer informatie:

INCA Projectbureau Amsterdam

Buskenblaserstraat 32'

1055 AJ Amsterdam

tel.:(0031) (0)20-6848012/06 110 67 017

www.inca-pa.nl

heinz.molders@inca-pa.nl

maandag 5 maart 2018

Belastingvoorlichting



De BWZ uit Zaandam- voor alle Zaanse uitkeringsgerechtigden-

organiseert in samenwerking met de Bijstandsbond Amsterdam

bijeenkomsten waarin mensen met een minimuminkomen 

worden voorgelicht over de belastingen.

Woensdag 14 maart 14.00 uur in het Tetlokaal, gebouw 

Tetterode Bilderdijkstraat 165 B Amsterdam

Dinsdag 27 maart 10.00 uur bij de BWZ, Pinkstraat 14 Koog

aan de Zaan

De laatste tips en weetjes van belastingexpert Jan van Zaane

woensdag 28 februari 2018

Truc om m.i.v. 2018 gemeentebelastingen toch niet te hoeven betalen bij toepassing van de kostendelersnorm

Het spreekwoord luidt 'van een kale kip kun je geen veren plukken'. Dit spreekwoord is algemeen bekend en iedereen weet wat het betekent. Behalve bij de afdeling kwijtschelding van de gemeentebelastingen. Daar luidt het spreekwoord: 'als je geen veren meer kunt plukken, draai je ze een poot uit'. De regels voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen zijn m.i.v. 2018 alweer strenger geworden, nu voor uitkeringsgerechtigden die te maken hebben met de kostendelersnorm. Hierdoor is hun inkomen reeds ver beneden het sociale leefbare minimum gezakt, maar je zult belasting betalen. Jeroen Relleke sociaal raadsman van Puur Zuid vertelt in de recente MUG van maart 2018 wat de verscherping van de regels inhoudt en hij doet er meteen maar een truc bij om de nieuwe strengere regels te omzeilen. Zijn stukje:

"Per 1 januari 2018 geldt de kostendelersnorm ook bii de kwijtschelding van belastingen. In de bijstand bestaat de kostendelersnorm a1 enkele jaren. Bij een verzoek om kwiitschelding werd tot 2018 gekeken naar (onder andere) de bijstandsnorm van een alleenstaande of een echtpaar. Nu wordt gekeken naar de kostendelersnorm. Als gevolg komen kostendelers minder snel in aanmerking voor kwijtschelding van (gemeentelijke) belastingen. 0ok moet bij een verzoek voor een betalingsregeling voor belasting- en toeslagschulden meer per maand worden afgelost. Voorbeeld: een alleenstaande parttime werkende ouder met een netto-inkomen van €900,- met twee meerderjarige kinderen, die beiden 21-plus zijn en niet studeren, komt niet in aanmerking voor een aanvullende bijstandsuitkering. Deze ouder heeft een inkomen onder de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Door de kostendelersnorm is er geen recht op een aanvulling.

Tot 2018 kwam deze ouder over het algemeen wel in aanmerking voor kwijtscheiding. De bijstandsnorm voor een alleenstaande werd als basis genomen en het inkomen van deze ouder lag daar enkele tientjes onder. Sinds 1 januari is de kostendelersnormvoor deze persoon €583,42 (exclusief vakantietoeslag). Zoals u ziet, komt diegene waarschijnlijk minder snel in aanmerking voor kwijtscheiding. De overheid gaat er in de berekening van uit dat er meer inkomen is, wat gebruikt kan worden voor betaling van de belastingaanslag.

Bij de berekening van de beslagvrije voet is de kostendelersnorm echter niet ingevoerd. Als er geen kwijtschelding is verleend dan kan het voor deze persoon Ionender worden om het tot een beslaglegging te laten komen. Als bij de beslaglegging dezelfde gegevens worden gestuurd als bij het verzoek om kwijtschelding dan biijkt dat er geen betalingscapaciteit is. In dat geval is het resultaat, na heel veel administratieve rompslomp voor de kostendeler
hetzelfde, namelijk dat deze nu niet hoeft te betalen".

Tot zover het stukje. Het staat in de MUG en is nu algemeen bekend, dus het wachten is op aanscherping van de normen voor de beslagvrije voet. 

Piet van der Lende

maandag 26 februari 2018

Project jongeren en Europa

De Bijstandsbond maakt al sinds 1997 deel uit van het Europese netwerk ‘Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting’. In de loop der jaren zijn er vele conferenties, discussie bijeenkomsten en acties zoals demonstraties geweest.
Samen met partners van de Euromarsen in andere landen heeft de Bijstandsbond nu het initiatief genomen tot de opzet van het project ‘Jongeren en Europa’. Dit doen wij samen met vertegenwoordigers uit Duitsland, Bulgarije en Frankrijk. 

Doel van het project is jongeren een stem te geven in de vormgeving van het jongerenbeleid op Europees en nationaal niveau, maar ook om de deelnemende jongeren informatie te geven over mogelijkheden in andere landen op het gebied van opleidingen en werk. Vragen die daarbij aan de orde komen zijn o.a. wat zijn de behoeften en wensen van jongeren? Wat kan ik met mijn opleiding in andere landen? Welke rol kan Europa spelen in de realisatie ervan? Hoe kijken jongeren aan tegen Europese samenwerking? Etc.

De vorm van het project is een reeks bijeenkomsten in ieder land voor kleinere en grotere groepen jongeren en van een uitwisseling van ervaringen met de andere partners van het project in de andere landen. Experts zullen worden uitgenodigd om op een bepaald terrein een toelichting te geven. 

Voorwaarden voor deelname. De jongeren moeten tussen de 13 en de 30 jaar oud zijn en 50% van de deelnemers moet uit vrouwen bestaan. De deelnemende jongeren krijgen na afloop van het project een deelnemerscertificaat. 

De bedoeling is ook via allerlei (sociale) media een discussie lost te maken over de positie van jongeren in Europa, middels bijvoorbeeld een facebookpagina, een Whatt’s App groep voor jongeren, publiceren van interviews met experts, politici en beleidsdeskundigen, een enquête onder jongeren, en discussie met andere organisaties. 

De Bijstandsbond organiseert een informatiebijeenkomst over het project op donderdag 1 maart ‘s avonds om 19.00 uur. Bij de Bijstandsbond, Da Costakade 162-1053 XD Amsterdam. Jongeren die belangstelling hebben maar donderdag niet aanwezig kunnen zijn kunnen reageren op info@bijstandsbond.org

Piet van der Lende

woensdag 14 februari 2018

Lubbers en de architecten van het neoliberale beleid

In 1990 heb ik een overzicht geschreven over het overheidsbeleid dat in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw gevoerd werd. Ruud Lubbers, die nu overleden is, was een van de architecten van dat beleid als minister van Economische Zaken in het kabinet Den Uyl en daarna 12 jaar minister-president. Zijn overlijden is een goede gelegenheid dat nog eens op te halen. Ik spreek hier nog niet over het ‘neoliberale beleid’ een term die daarna in zwang gekomen is, maar over ‘neoklassiek beleid’. De inhoud is echter hetzelfde. Hieronder een gedeelte van de analyse.
Werkgevers hebben vanaf 1973 constant propaganda gevoerd voor een politiek van loonmatiging en overheidsbezuinigingen. Hun lobby werd beloond met de instelling van de commissie Wagner in 1981, die vrijwel geheel bestond uit topmensen van het bedrijfsleven. De aanbevelingen van deze commissie vormden de basis van de politiek, die de achtereenvolgende kabinetten Lubbers hebben gevoerd.
Men spreekt daarbij wel van een neoklassiek beleid. De sociaaldemocraten hebben daar in de jaren zeventig een Keynesiaans model tegenover gesteld.

Neo-klassieken

Het neoklassieke model hanteert de volgende verklaring voor het ontstaan van werkloosheid en recessie. De oorzaak van een onevenwichtigheid op de markt is volgens dit model gelegen in een te laag prijspeil van de producten of een te hoog prijspeil van de factor arbeid, waardoor bedrijven hun producten niet rendabel kunnen verkopen, laat staan dat zij hun productie zouden kunnen uitbreiden. Wanneer de prijzen niet flexibel genoeg reageren op de gewijzigde vraag en aanbod verhoudingen dan gaan bedrijven over op neerwaartse aanpassingen van hun productie-omvang met als gevolg werkloosheid. De neoklassieken gaan niet uit van een analyse van de machtsverhoudingen op de markt. Zij trachten te analyseren, hoe prijzen van goederen en ook van arbeid tot stand komen. Hiertoe baseren zij zich op de wet van het afnemend grensnut.
Deze uitgangspunten hebben grote gevolgen voor het overheids-beleid. De overheid moet meer overlaten aan het evenwichtsherstellende marktmechanisme. Zij moet bezuinigen, de collectieve lasten mogen niet te hoog worden. Verder is loonmatiging noodzakelijk, zodat er winsten kunnen worden gemaakt die tot investeringen leiden. Deze investeringen leiden dan weer tot een grotere productie en dit zal weer leiden tot inkomensondersteunende prijsdalingen.
In het algemeen kan men in het arbeidsmarktbeleid een onderscheid maken tussen werkgelegenheidsbeleid en arbeidsvoorzieningenbeleid. Werkgelegenheidsbeleid is beleid dat gericht is op beheersing van de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Men richt zich dan op het behoud en de creatie van voldoende en volwaardige arbeidsplaatsen. De overheid kent zichzelf een actieve rol toe in de bestrijding van de werkloosheid. Passief werkgelegenheidsbeleid is gericht op variabelen als groei, collectieve lastendruk, financieringstekort e.d. Actief werkgelegenheidsbeleid heeft betrekking op grootschalige creatie van werkgelegenheid door aanvullende werken.

werkgelegenheidsbeleid

Arbeidsvoorzieningenbeleid is gericht op beheersing van de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Men richt zich dan op het zoeken van de juiste werkzoekende voor een aangemelde vacature. Dit beleid is indirect en passief. Door bemiddeling, scholing, werkverruimeinde maatregelen en loonkostensubsidies worden werklozen begeleid naar de arbeidsmarkt. De neo-klassieken richten zich op een passief werkgelegenheidsbeleid en op het arbeidsvoorzieningenbeleid. Zij zoeken de oorzaak van de werkloosheid bij de werkloze. Die moet door omscholing e.d. klaargestoomd worden voor de arbeidsmarkt. In een situatie van volledige concurrentie is werkloosheid slechts tijdelijk en indien zij een hardnekkig karakter draagt is dit toe te schrijven aan "starheden" in de aanpassing van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zoals "starre" lonen of sociale zekerheidsuitkeringen waardoor mensen niet meer geprikkeld worden om snel een baan te accepteren of waardoor mensen zich op de arbeidsmarkt begeven met als enige doel om een uitkering te kunnen claimen.

alternatieven

Daarnaast zijn er nog andere modellen, waarbij een meer fundamentele kritiek wordt geleverd op de ontwikkelingen in de kapitalistische economie. Daarbij worden de machtsverhoudingen centraal gesteld. Er wordt naar voren gebracht, dat het kapitalisme zich na steeds verdergaande concentratie van kapitaal en centralisatie van de beslissingsmacht in ondernemingen ontwikkeld heeft tot een systeem, waarbij een kleine groep van kapitaalbezitters de dienst uitmaakt. De blinde economische groei, waarbij winst voor de ondernemer het enige criterium is leidt tot milieuvervuiling, verspilling van energie en toenemende armoede van grote groepen in onze maatschappij.
Alleen fundamentele veranderingen, waarbij beslissingen over de richting van investeringen op democratische wijze worden genomen kunnen de problemen waar onze maatschappij zich voor ziet gesteld werkelijk oplossen. In de huidige situatie blijft de ondernemer gevangen in de noodzaak, steeds meer met steeds minder productiemiddelen te produceren om de concurrentie vol te houden, zonder dat op fundamentele wijze rekening wordt gehouden met de negatieve gevolgen die hierboven werden genoemd. Democratisering in de bedrijven is naast verdere democratisering van de politieke verhoudingen noodzakelijk. Deze verdergaande opties hebben in de discussies over het overheidsbeleid in de afgelopen twintig jaar ook een rol gespeeld, men denke aan de nota van de industriebond FNV "fijn is anders" (1974).
In het overheidsbeleid zelf zijn deze alternatieven echter niet terug te vinden. In het overheidsbeleid kwamen vooral de belangen van de ondernemers tot uitdrukking. Het overheidsbeleid begeleidde de afgelopen twintig jaar een grootscheepse reorganisatie van de productie, die niet uitsluitend kan worden teruggevoerd op de technologische ontwikkelingen. Rationalisatie heeft bij die reorganisatie een grote rol gespeeld, d.w.z. het opsplitsen van functies in routine taken waardoor met minder mensen hetzelfde of meer kan worden geproduceerd.
Aan het einde van de zestiger jaren stuitte de rationalisatie in de industrie op haar grenzen. De traditionele organisatie-opbouw en de verdeling van taken en functies daarin maakte bijvoorbeeld rationalisatie van afdelingen als boekhouding en schoonmaak niet mogelijk. Alleen een reorganisatie, d.w.z. een afstoten van taken en deze op hun beurt weer onderbrengen in grotere productieorganisaties, maakte ook bij dit soort werkzaamheden verdergaande rationalisatie mogelijk. Dit leidde tot het ontstaan van b.v. de schoonmaaksector en de grote boek-houdkantoren.
Daarnaast werd in de zeventiger jaren kapitaal geïnvesteerd in productiesectoren, bv. de horeca, waar nog vele kleine ondernemingen bestonden, die niet gestandaardiseerd produceerden. Dit leidde tot de grote hotelketens, waar de productie vervolgens ook werd gerationaliseerd. Bij de conclusies over het overheidsbeleid zullen we naar voren brengen, dat de overheid vooral gericht was op het soepel laten verlopen van deze reorganisatieprocessen, waarbij men de ergste sociale gevolgen wat probeerde op te vangen.

propaganda

Al in 1974 begon de propaganda voor het neoklassieke model. In het najaar van 1974 schrijven de economen Den Hartog en Tsjan een artikel dat de basis is geworden van de economische modellen die het Centraal Plan Bureau tot op de dag van vandaag hanteert. Het CPB produceert ieder jaar de Macro-economische Verkenningen, die een grote invloed uitoefenen op de discussie over het te voeren overheidsbeleid. Wat was de essentie van het model dat den Hartog en Tsjan ontwikkelden?
In het model wordt het verband tussen lonen, prijzen en arbeidsplaatsen geanalyseerd. Uitgangspunt was de gedachte dat een te sterke stijging van de reële arbeidskosten zou leiden tot het buiten gebruik stellen van technisch nog niet versleten kapitaalgoederen, met als gevolg toename van de "structurele werkloosheid". Ondernemers zouden hun kapitaalgoederen voorraad in steeds sneller cycli zijn gaan vervangen, om zo aan de stijgende loonkosten te ontkomen. Dit leidde in versterkte mate tot vervanging van arbeid door kapitaal. Nieuwe productietechnieken werden gekozen met het oog op de te realiseren uitstoot van arbeid. Het gebruik van het begrip structurele werkloosheid, veroorzaakt door te hoge reële arbeidskosten week nadrukkelijk af van het keynesiaanse begrip van werkloosheid, nl. werkloosheid veroorzaakt door een tijdelijke terugval van de vraag.
De expansie van de staatsuitgaven werden in het model ter discussie gesteld; niet werkgelegenheidsprogramma’s en stimulering van de vraag maar investeringen in de marktsector en verlaging van de loonkosten voor werkgevers moesten tot meer werkgelegenheid leiden. Deze analyse is te zien als een inleiding op de restauratie van het neoklassieke denken. In de visie van de neoklassieken wordt werkloosheid immers veroorzaakt door relatief te hoge lonen. Via loonmatiging zou de werkloosheid zich vanzelf wel oplossen.

Een procentsnorm

Duisenberg gebruikte deze analyse om als minister van financiën in het kabinet den Uyl met bezuinigingsvoorstellen te komen. Bekend werd zijn zogenaamde één procentsnorm: volgens deze norm mochten de collectieve uitgaven tot 1980 jaarlijks met niet meer dan één procent van het nationale inkomen toenemen. De gang van zaken bij de 1% nota is beschreven bij Nico Beemsterboer "staken is geen werk".
Duisenberg overviel de andere ministers met zijn voorstellen. Het was een gecoördineerde actie van top economen, ondernemers en politici. De doelstellingen van Duisenberg met zijn één-procentsnorm werden ondersteund door een brandbrief van negen top ondernemers; zij eisten dat de bezuinigingen zouden worden uitgevoerd. De rendementen van de bedrijven moesten volgens de ondernemers structureel verbeteren en de kosten van lonen moesten omlaag. Zij wilden minder premies betalen en een lager minimumloon. Dan zou de werkgelegenheid vanzelf wel weer toenemen.
Reeds de werkgelegenheidsnota 1975 is gebaseerd op de analyse van Den Hartog; maar met name de nota "collectieve voorzieningen en werkgelegenheid 1976" staat bekend als de één procents-nota. Ook in de nota "selectieve groei" van 1976 stond de analyse van de structurele werkloosheid al centraal. In deze nota werden verder voorstellen gedaan voor een gerichte sturing van de investeringen in de marktsector.
In 1977 viel het kabinet den Uyl. Hoewel deze regering nog een keynesiaans beleid voerde, werden de eerste contouren van een bezuinigingsbeleid al zichtbaar. Het jaar 1976 markeert de overgang in de machtsstrijd tussen de keynesianen en de neo-klassieken. Na introductie van de één-procentsnorm ging de overheid steeds meer over tot een beleid, waarbij werd getracht de economische groei te bevorderen door verlaging van de arbeidskosten, bezuinigingen op de publieke uitgaven en het stimuleren van investeringen door aan ondernemers kapitaal beschikbaar te stellen. Men veronderstelde, dat volledige werkgelegenheid op deze manier vanzelf wel weer zou ontstaan. De actieve werkgelegenheidspolitiek werd afgeschaft.

De commissie Wagner

Vanaf 1979 is er ook in de industriepolitiek een kentering te bespeuren. De defensieve strategie van steun aan verliesgevende bedrijven maakte plaats voor offensieve steunverlening aan bedrijven, die in nieuwe productiesectoren opereerden en die een sterke groei kenden. Technologische vernieuwing en innovatie worden de sleutelwoorden van de nieuwe aanpak. Al in 1980 publiceerde de Wetenschappelijke Raad Voor het Regeringsbeleid een rapport, dat was geschreven door van der Zwan. Het rapport heette "Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie". De meeste aanbevelingen van Van der Zwan werden niet opgevolgd. Een van de aanbevelingen werd echter wel opgevolgd: van der Zwan had voorgesteld, een adviescommissie inzake het industriebeleid in te stellen. Deze commissie werd eind 1980 ingesteld. Zij publiceerde in 1981 een rapport. Vervolgens kwam er nog weer een commissie, die ook aanbevelingen moest doen over het te voeren overheidsbeleid. De commissies werden genoemd naar hun voorzitter, de heer Wagner van de Shell. Deskundigen uit het bedrijfsleven maakten deel uit van de commissie Wag-ner. Topmanagers van Unilever, DSM, Vroom en Dreesmann, de ABN, Fokker en andere ondernemingen namen deel. Adviseur van de commissie was Professor H den Hartog, de econoom van het model uit 1974 dat we hiervoor hebben behandeld. Inmiddels was hij onderdirecteur van het CPB.
Het valt op dat tussen al die namen van ondernemers twee namen van industriebond vertegenwoordigers voorkomen. Hier valt veel over te zeggen. Er waren ook vakbondsvertegenwoordigers, die wel wat zagen in het neoklassieke beleid van de commissie Wagner en het inleveren van de prijscompensatie. Reeds in 1977 Frans Drabbe. Piet Vos, econoom bij de Industriebond FNV maakte deel uit van de commissie Wagner. De commissie heeft verschillende rapporten gepubliceerd. Wat waren de conclusies? Enkele punten kunnen hier slechts genoemd worden.
De prijscompensatie moet geen automatisme meer zijn, bij het minimumloon dient de regering rekening te houden met de prijs-ontwikkeling, maar van een automatische prijscompensatie is uit den boze. De koppeling tussen minimumloon en minimumuitkering moet eveneens worden losgelaten en vervangen door een "beleidsmatige" koppeling.
Er moeten vrije loononderhandelingen komen op decentraal niveau, ambtenaren moeten inleveren, er moeten soepeler ontslagprocedures komen. Het afsluiten van flexibele contracten moet worden bevorderd en het onderwijs moet meer marktgericht gaan werken. Al deze maatregelen zouden de werking van de arbeidsmarkt verbeteren en tot een beheersing van het kosten-niveau in het bedrijfsleven leiden. In het arbeidsmarktbeleid zou men zich in overeenstemming met de ideeën van de neo-klassieken volledig moeten richten op het arbeidsvoorzieningenbeleid.
Er zou ook iets moeten worden gedaan aan de verzwakte vermogenspositie van veel bedrijven. Dit zou kunnen door belasting-maatregelen, bijvoorbeeld het verlagen van de vennootschaps-belasting. Zie:"Een nieuw elan- De marktsector on de jaren tachtig". De rapporten van de adviescommissie inzake het industriebeleid. Van een specifiek sectorstructuurbeleid is geen sprake meer. Een gerichte sturing van de investeringen wordt afgewezen. Meer markt, minder overheid. Wel stelde de commissie voor te komen tot een Maatschappij voor Industriële projecten, die er in 1982 ook is gekomen. Op grond van deze en andere rapporten richtte de overheid zich meer en meer op "het geven van stimulansen voor het ontwikkel-len en toepassen van nieuwe vindingen en technieken teneinde het concurrentievermogen van het bedrijfsleven te verbeteren". Van gerichte sturing van investeringen is geen sprake meer.

Lubbers I

De voorstellen van de commissie Wagner II waren goed getimed. In juni 1982 kwam een tussenrapport in de publiciteit nadat het kabinet PvdA, D’66 en CDA was gevallen. In september zouden er weer verkiezingen zijn. Van Agt en Lubbers verklaarden de conclusies van het rapport te onderschrijven. Zij stelden meteen maar, dat de uitgangspunten van de commissie Wagner de basis moesten vormen voor een regeerakkoord na de verkiezingen. En dat is gebeurd. In 1982 trad het kabinet Lubbers I aan. Zij nam de uitgangspunten van Wagner over. In november van dat jaar presenteerde Lubbers zijn eerste voorstellen. Het kabinet Lubbers stelde bezuinigingen op de overheidsuitgaven centraal in het te voeren beleid. Daarnaast streefde men naar lastenverlichting voor de bedrijven, een beperking van de arbeidskosten door loonmatiging en een vermindering van de bureaucratie. Men zegde ook te streven naar de spreiding van het werk over meer mensen, zonder dat dit echter mocht leiden tot kostenverhoging voor de bedrijven. In het regeerakkoord werd afgesproken jaarlijks zeven miljard gulden ter grootte van twee procent van het nationaal inkomen te bezuinigen bij een veronderstelde loonmatiging van twee procent per jaar. Tot 1986 moest de lastendruk worden gestabiliseerd en het financieringstekort worden teruggebracht met 1% van het nationale inkomen per jaar. Loonmatiging in het bedrijfsleven speelde een belangrijke rol. Toen in de loop van de rit tegenvallers bij de uitgaven optraden, kwamen er meer bezuinigingen.

draconische bezuinigingen

Op zaterdag 16 juli 1983 na twee weken discussie maakte Lubbers een bezuinigingspakket bekend van 12 miljard. Deze bezuinigingen gingen aanzienlijk verder dan in het regeerakkoord was afgesproken. Omdat het kabinet weinig andere mogelijkheden ziet om te besparen, moet het vooral komen van het eigen personeel, de ambtenaren, trendvolgers en de mensen met een uitkering. De eerste groep moet 3 miljard inleveren, de uitkeringsgerechtigden zijn goed voor 4,2 miljard. De kortingen op de uitkeringen wordt 3,5% per 1 januari 1984, plus een nieuwe korting per 1 juli 1984. In de praktijk betekende dit voor 1984 een korting op het wettelijk minimumloon van 3,5%. Het totaal aan bezuinigingen van 1982 tot 1986 bedroeg maar liefst 27,6 miljard gulden.

De vakbeweging

Hoe reageerde de vakbeweging op de bezuinigingsvoorstellen? De vakbeweging is in de zeventiger jaren niet bereid geweest tot het inleveren van de prijscompensatie. Drie achtereenvolgende loonmaatregelen aan het begin van de jaren tachtig moesten haar op de knieën dwingen. In het centraal akkoord van 1982 gaf de vakbeweging veel prijs. De automatische prijscompensatie werd met zoveel woorden afgeschaft, waarvoor in 1977 nog werd gestaakt. Van enige invloed op het werkgelegenheidsbeleid was geen sprake. Terug naar de bezuinigingsvoorstellen van het kabinet Lubbers.
De reacties zijn heftig. Van der Scheur kondigt aan, dat er harde acties zullen komen. De FNV doet voorstellen voor een economisch herstelplan. Al op 11 juni 1983 is er een demonstratie van de vakbeweging tegen de bezuinigingsvoorstellen zoals die op dat moment bekend waren. 10 oktober 1983 was het begin van FNV-acties tegen de bezuinigingen. De acties leidden niet tot het gewenste resultaat. Op 14-12-1983 ging de Tweede Kamer akkoord met de kortingen op de ambtenarensalarissen en de uitkeringen.

Werkgelegenheidsbeleid Lubbers I

In het werkgelegenheidsbeleid werd het arbeidsvoorzieningenbeleid centraal gesteld. Het beleid richtte zich op de aanbod-zijde van de arbeidsmarkt. Er kwam ook weer een nieuw jeugd-werkplan, met intensivering van de bemiddeling, scholing en scholingsplicht, en werken met behoud van uitkering. De arbeidsmarkt moest beter gaan functioneren door verruiming van het begrip passende arbeid, versnelling van ontslagprocedures, meer ruimte voor het uitzendwezen, meer flexibele contracten en verlaging van het minimumjeugdloon. Op 20 september 1984 presenteerde het kabinet een nieuwe werkgelegenheidsnota. Op dat moment stonden 822.000 personen als werkloos geregistreerd. Ook in deze nota weer: herstel van de marktsector, verlaging van de kosten en flexibilisering op de arbeidsmarkt. Het verhaal wordt ééntonig. Men pleitte voor meer loondifferentiatie, opheffen van ontslagbescherming, privatisering en deregulering.

Lubbers II

Het CDA ging in mei 1986 de verkiezingen in met het verzoek aan de kiezers om "het karwei af te mogen maken". D.w.z. verdere bezuinigingen. De verkiezingen waren voor het CDA een groot succes. Zij wonnen negen zetels. VVD en CDA maakten een nieuw regeerakkoord, dat op 8 juli 1986 gereed kwam. Het kabinet Lubbers II regeerde van 1986 tot 1990. Het kabinet zegde te streven naar een terugdringing van de werkloosheid en van het financieringstekort tot 5,25% van het nationaal inkomen in combinatie met een stabilisatie van de collectieve lastendruk.
De tegenvallende olieprijzen leidden tot verminderde inkomsten voor de staat. De daling van de aardgasbaten voor het rijk kwam overeen met acht procent van de totale inkomsten. Dit betekende een extra bezuinigingspakket van twaalf miljard gulden door het schrappen van uitgaven ten bedrage van 5,5 miljard en lastenverhogende maatregelen o.a. verhoging van het BTW tarief, van zeven miljard gulden.
Het voortzetten van ATV werd noodzakelijk geacht, maar hoofdzakelijk overgelaten aan het initiatief van marktpartijen. "De harde kern" van de werkloosheid moest worden bestreden door middel van scholingsprogramma’s in het bedrijfsleven, premie-vrijstelling voor ondernemers en door invoering van het jeugd-werkgarantieplan. Iedere schoolverlater die niet binnen zes maanden een baan zou hebben gevonden zou op straffe van een korting op de uitkering te werk worden gesteld in het jeugd-werkgarantieplan. In de periode 1985-1989 groeide de werkgelegenheid met gemiddeld 90.000 banen per jaar, maar de werkloosheid bleef onveranderlijk hoog. Op 1 januari 1987 werd het herziene sociale zekerheidsstelsel ingevoerd. Het belangrijkste motief was: bezuinigen. De WWV werd afgeschaft, de werkgelegenheidscomponent werd uit de WAO gehaald.
Na 1982 zijn de lonen en uitkeringen ontkoppeld. D.w.z. de ontwikkeling van de uitkeringen volgde die van de lonen niet meer. In 1984 volgde bovendien een korting op de uitkeringen van 3% zoals we hiervoor al hebben gezien. In de jaren daarna werden de uitkeringen bevroren, dus in 1985, ‘86, ‘87 en ‘88. Wel werd een systeem van eenmalige uitkeringen ingevoerd voor de zogenaamde "echte minima". Deze eenmalige uitkeringen zijn echter in 1986 afgeschaft. Op de inkomensontwikkeling van de uitkeringsgerechtigden in de afgelopen twintig jaar wordt verderop ingegaan.
Het zou te ver voeren in te gaan op andere maatregelen van het kabinet Lubbers II, zoals de herziening van de gezondheidszorg op voorstel van de commissie Dekker (alweer een topmanager uit het bedrijfsleven) en de herziening van het belastingstelsel op voorstel van de commissie Oort. Het financieringstekort werd onder de kabinetten Lubbers precies volgens het "tijdpad" teruggebracht. Verder streefde ook Lubbers II naar een lastenverlichting voor het bedrijfsleven en de hogere inkomens. In 1988 werd de loon- en inkomstenbelasting verlaagd en in 1989 de btw tarieven. Voorts werd de WIR omgezet in een verlaging van de werkgeverspremies en een verlaging van de vennootschapsbelasting.
Tenslotte ontspon zich in die jaren een discussie over de verlaging van het minimumloon. Met name onder ongeschoolden was de werkloosheid groot. Een verlaging van het minimumloon zou voor die categorie meer banen opleveren, was de redenering. Het Centraal Plan Bureau, dat zich baseert op de neoklassieke uitgangspunten zoals we hiervoor al hebben gezien, voerde berekeningen uit die zeiden dat bij een verlaging van het minimumloon met 15% de werkgelegenheid met 200.000 personen zou kunnen toenemen. Omdat de tweede kamer met een verlaging niet akkoord ging is het er niet van gekomen.

Conclusies.

In de periode 1974-1992 heeft de overheid gestreefd naar een algehele loonmatiging. Dit komt tot uiting in de loonmaatregelen die de diverse kabinetten hebben genomen. Verder was er bevriezing van de uitkeringen, en zelfs een korting. Daarnaast kan het beleid worden ingedeeld in twee fasen. In de eerste fase was er een vergroting van het financierings-tekort en een streven naar sturing van de investeringen. Dit ging gepaard met een gerichte steunverlening aan individuele bedrijven. Dit laatste betekende een grootscheepse overhevel-ling van kapitaal naar het bedrijfsleven. In deze periode trokken ondernemers hun kapitaal terug uit verliesgevende bedrijfstakken. Juist de steunverlening aan verliesgevende bedrijven door de overheid maakte dit mogelijk.
In de tweede fase streefde de overheid naar steunverlening aan bedrijven die winstgevend waren en technologisch vernieuwend. De individuele steunverlening werd stopgezet en de sturing van investeringen werd afgeschaft. Daarnaast streefde men naar een algehele lastenverlaging voor de bedrijven en een in ere herstellen van het marktmechanisme. Het overheidstekort werd teruggebracht, evenals de collectieve lastendruk. Bezuinigingen op bepaalde overheidsuitgaven waren in deze periode het sleutelwoord. De gehele periode overziende kan worden gesteld, dat de overheid heeft gestreefd naar een beleid, waarbij het terugtrekken van kapitaal uit bepaalde bedrijfstakken en de herinvestering in andere sociaal acceptabel werd gemaakt door de scherpste kantjes van de sociale gevolgen wat af te slijpen. Dit heeft echter wel geleid tot een grotere armoede in de maatschappij.
Kapitaal moest in beide perioden door loonmatiging beschikbaar blijven voor de doelstellingen van de ondernemers. Het meest schokkende is, dat het arbeidsvolume van de bedrijven in 1970 3.400.000 mensjaren bedroeg, en dat dit in 1988 nog steeds zo was. Met andere woorden: in die periode is de werkgelegenheid niet toegenomen. Wel was er een economische groei van ongeveer 1,5% per jaar gemiddeld. Dus tussen 1970 en 1988 was er een economische groei van 30%. Met dezelfde hoeveelheid werk als in 1970 werd in 1988 30% meer geproduceerd. De arbeidsproductiviteit en de werkdruk is bij qua koopkracht gelijkblijvende lonen enorm toegenomen. Dit heeft geleid tot een groot aantal arbeidsongeschikten. Bovendien is de nieuwe arbeid die gecreëerd is niet afgestemd op de behoeften, kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking met als gevolg een blijvend structurele werkloosheid. En de nieuwe werkgelegenheid die er sinds 1990 bijgekomen is betreft veelal tijdelijke flexibele banen, die weer verdwijnen wanneer het economisch tij keert.

Piet van der Lende


Mars tegen armoede in Rotterdam

AANKONDIGING IN HET ALGEMEEN DAGBLAD

VOOR MEER INFORMATIE
Op zaterdagmiddag 10 maart 2018 van 14:00 tot 17:00 uur vindt
er in het centrum van Rotterdam de mars tegen de armoede plaats.
De bedoeling is onder invloed van deze mars zoveel mogelijk
mensen naar de stembus te krijgen, anderhalve week later, op
woensdag 21 maart. Vooral mensen, die door het armoedebeleid
van de afgelopen vier jaar veel nadelen hebben ondervonden,
schulden hebben opgebouwd en vaak helemaal alleen zijn komen
te staan, worden actief opgeroepen voor hun eigen belangen op
te komen.

Het Actiecomité Rotterdam Armoedevrij vindt dat juist zij, moeten
aandringen op een verandering in de politiek. Zodat er een nieuw,
rechtvaardig armoedebeleid komt vanuit de overheid.

KOM MET VELEN NAAR DE MARS, NEEM JE BUREN EN VRIENDEN MEE !!!

14:00 uur tot 15:00 uur Verzamelen naast het Maritiem Museum
                                        rond het beeld van Zadkine aan het
                                        Plein 1940 (Metro Beurs)
                                        Toespraken en muziek
15:00 uur tot 16:00 uur Mars door het centrum van Rotterdam
16:00 uur tot 17:00 uur Manifestatie op het Schouwburgplein
Vriendelijke groet,
Actiegroep Rotterdam Armoedevrij
en
Stichting Rotterdamse Sociale Alliantie (RoSA!)

maandag 12 februari 2018

De Bijstandsbond organiseert voorlichting en discussie over het experiment met bijverdienen in Amsterdam met wethouder Arjen Vliegenthart

De Bijstandsbond gaat voorlichting geven over het experiment met bijverdienen naast je bijstandsuitkering in Amsterdam.

De bond organiseert op maandag 19 februari 's avonds een grote bijeenkomst in het Dijktheater waar wethouder Arjen Vliegenthart, ambtenaren van de gemeente en wetenschappelijk onderzoekers uw vragen beantwoorden. Inleidingen worden verzorgd door Arjen Vliegenthart, Marc van Hoof, advocaat en een wetenschappelijk onderzoeker die het experiment gaat onderzoeken.

Aanvang 19.00 uur. Dijktheater. Da Costakade 160. Amsterdam

De regeling houdt in, dat voor het experiment uitgelote deelnemers maar ook anderen die niet uitgeloot zijn maar zich wel opgegeven hebben de helft van wat men verdient met betaalde arbeid mag houden tot een maximum van 200 euro per maand. Die maximaal 200 euro per maand wordt uitbetaald in de vorm van een premie, tweemaal per jaar. Men kan 2 jaar premie krijgen wanneer men zich voor 31 januari ingeschreven heeft. Deze regeling komt naast de drie andere bijverdienregelingen die al in de Participtiewet bestaan, voor mensen die niet meedoen aan het experiment of die het experiment willen combineren met de oude bijverdienregelingen.

Velen vragen zich af: kan ik meedoen aan het experiment, wat zijn de voors en tegens? Zitten er addertjes onder het gras? Of je wilt meedoen maar je hebt nog verschillende vragen. Of je hebt vragen over de bijverdiensregelingen in zijn algemeenheid, ook over de andere regelingen. Inschrijven voor het experiment kan tot 31 juli, maar dan kun je niet van de volle twee jaar premie gebruik maken.