vrijdag 5 december 2014

Forse kritiek op fraudebeleid dat van elke uitkeringsgerechtigde een fraudeur maakt


Op 1 januari 2013 werd de Fraudewet ingevoerd, officieel de Wet Aanscherping Handhaving- en Sanctiebeleid genoemd. Met het Boetebesluit werkte staatssecretaris Jetta Klijnsma de wet in de praktijk verder uit. De regelgeving is bedoeld om met strenge straffen en boetes fraude in de sociale zekerheid te bestrijden, maar in werkelijkheid komt het vooral neer op het treiteren en criminaliseren van uitkeringsgerechtigden. Er is flink wat ophef ontstaan over de Fraudewet en het Boetebesluit, omdat de wet krakkemikkig in elkaar blijkt te zitten, het besluit op sommige punten in strijd is met andere wetgeving en er geen enkele afstemming heeft plaatsgevonden met het strafrecht.

Diverse rechters hebben gehakt gemaakt van de beslissingen die uitvoerende organen op het gebied van sociale zekerheid, zoals de gemeenten, het UWV en SVB, op basis van de frauderegels hadden genomen. Het UWV blijkt zelfs alle rechtszaken sinds 1 januari 2013 te hebben verloren waarin boetes op grond van de Fraudewet aan de orde kwamen. Ook  gemeenten kregen van de rechter vaak ongelijk. Op 24 november kwam de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van sociale zekerheid, met een principiële uitspraak over de uitvoering van de Fraudewet. En gisteren leverde de Nationale Ombudsman met het rapport “Geen fraudeur, toch boete” (1) een vernietigende kritiek op de wet. Het UWV liet daarop weten dat men gaat stoppen met het opleggen van boetes totdat de wet door de beleidsmakers is aangepast. Maar men gaat helaas wel door met het innen van boetes die al eerder waren opgelegd.

Absurditeit

Het boetesysteem van de Fraudewet en het Boetebesluit deugt van geen kant. Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht om informatie over hun levensomstandigheden door te geven aan de uitkeringsinstelling. Maar de frauderegels maken daarbij geen onderscheid tussen schuld en opzet aan de ene kant en geen verwijtbaarheid aan de andere kant. Volgens die regels moet in feite elke schending van de inlichtingenplicht door de uitkeringsgerechtigde, om welke reden dan ook, opgevat worden als een vorm van fraude. Bij de inlichtingenplicht gaat het erom dat de uitkeringsgerechtigde alle informatie doorgeeft die van belang kan zijn voor het recht op een uitkering. Maar wanneer is iets van belang voor dat recht? Hoe moet dat worden bepaald? Wat valt er allemaal onder de inlichtingenplicht? Het blijkt te gaan om een vaag gebied waar de uitkeringsgerchtigde steeds weer het nadeel van de twijfel krijgt en de uitkeringsinstelling het voor het zeggen heeft.

Laten we bijvoorbeeld eens het begrip “gezamenlijke huishouding” nemen, dat een belangrijke rol speelt in de regels van de bijstandsuitkering. Het is uitermate lastig om precies te kunnen vaststellen wanneer sprake is van zo'n “gezamenlijke huishouding”, op grond waarvan de bijstandsuitkering zou moeten worden verlaagd of zelfs stopgezet. Het kan gaan om kleine details. Stel dat  twee mensen nooit bij elkaar slapen, maar de een overdag wel zes dagen per week thuis bij de ander is. Er kan dan sprake zijn van een gezamenlijk huishouden, maar dat hoeft niet. Dat is namelijk afhankelijk van een heleboel feiten en omstandigheden. In 2013 leverden allerlei ouderenbonden veel kritiek op het begrip “gezamenlijke huishouding” in de AOW. Ze vroegen om duidelijke criteria, maar de staatssecretaris verwees louter en alleen naar de wetgeving. Nadat Klijnsma onder druk werd gezet, gaf ze aan dat er volgens de AOW-regels nooit sprake is van een gezamenlijk huishouden, als beide personen over een eigen huis beschikken en ook eigen lasten betalen. Daarbij maakt het niet uit of de personen dan de hele week bij elkaar zijn. Maar voor de bijstand gelden weer andere regels.

Een ander voorbeeld. Een bijstandsgerechtigde mag 28 dagen met behoud van uitkering naar het buitenland. Stel dat een bijstandsgerechtigde in een grensstreek woont en een vriend of vriendin in België heeft. Hoe vaak mag hij of zij die persoon dan bezoeken en daar overnachten? In principe helaas maar 28 dagen. Bedenk dat de bijstandsgerechtigde alles moet melden wat van belang kan zijn, niet alleen wat van belang is. De bijstandsgerechtigde is dus al in overtreding als hij of zij iets niet meldt dat van belang kan zijn, zelfs al heeft het geen gevolgen voor de uitkering. Ook al heeft het geen gevolgen, dan nog krijgt de bijstandsgerechtigde in dat soort gevallen een waarschuwing opgelegd en bij de tweede keer een boete van 150 euro. De absurditeit van dit fraudebeleid bleek bijvoorbeeld uit het geval van een uitkeringsgerechtigde die bij het UWV 32 cent te weinig inkomsten had opgegeven. Hij kreeg toen de standaardboete van 150 euro opgelegd. 

Brandmerken

Wie wil voorkomen dat hij de inlichtingenpplicht mogelijkerwijs gaat schenden, zou talloze dagelijkse gebeurtenissen in zijn leven moeten gaan melden aan de gemeente of het UWV. Bijvoorbeeld: “Ik ga nu eten bij mijn broer”. Dat kan immers van belang zijn voor de uitkering. Je weet het maar nooit. Of: “Ik heb als verjaardagscadeau twintig euro van mijn zus gekregen”. Of: “Een goede vriend van me heeft me een tweedehands fiets gegeven”. Het zal duidelijk zijn: de frauderegels zijn volkomen doorgedraaid, voeren de repressie tegen uitkeringsgerechtigden flink op en tasten hun recht op zelfbeschikking en een menswaardig bestaan nog verder aan. De regels scheppen voor uitkeringsgerechtigden veel onduidelijkheid en vooral ook veel onzekerheid. Uiteindelijk is het helemaal niet de bedoeling van de beleidsmakers dat uitkeringsgerechtigden de frauderegels braaf naleven. Want als alle uitkeringsgerechtigden die regels strikt zouden gehoorzamen en dag in dag uit allerlei zogenaamd relevante informatie zouden doorgeven aan de uitkeringsinstellingen, dan zou de uitkeringsbureaucratie hopeloos vastlopen.

Wat beleidsmakers in feite voor ogen hebben gehad met het fraudebeleid, is om uitkeringsgerechtigden nog meer het gevoel op te dringen dat ze altijd wel het risico lopen om als fraudeur gebrandmerkt en beboet te worden. Want de Fraudewet en het Boetebesluit maakt van elke uitkeringsgerechtigde in principe een fraudeur. Zo is het fraudebeleid een extra middel om uitkeringsgerechtigden op te jagen en uit de uitkering te duwen. De politici hebben er dan ook heel bewust voor gekozen om het begrip fraude in de Fraudewet en het Boetebesluit te laten afwijken van wat daar in het dagelijkse taalgebruik onder wordt verstaan. Zodra uitkeringsgerechtigden de inlichtingenplicht schenden, komen ze volgens de frauderegels te boek te staan als fraudeur, zelfs als hen niets valt te verwijten.

Maximumboetes

Volgens de Fraudewet kunnen er boetes worden opgelegd tot aan bepaalde maximumbedragen. Die bedragen mogen dus ook lager uitvallen. Maar in het Boetebesluit zijn die maximumbedragen doodleuk als standaardbedragen opgenomen. In de praktijk  blijken uitkeringsinstellingen structureel de hoogst mogelijke bedragen op te leggen. Flink wat uitkeringsgerechtigden die werden getroffen door dit soort maximumboetes, hebben rechtszaken tegen het UWV of de gemeente gewonnen, omdat de rechters bepalen dat uitkeringsinstellingen moeten toetsen aan de zwaarte van de overtreding, en of de opgelegde straf evenredig is aan de overtreding, bijvoorbeeld wat betreft verwijtbaarheid. Gemeenten en het UWV deden dat niet, want ze kwamen standaard op de proppen met de hoogst mogelijke straffen.

De Centrale Raad van Beroep heeft met zijn uitspraak van 24 november de hele boetewetgeving op zijn kop gezet. De kern van het lange juridische betoog van de hoogste bestuursrechter is dat de begrippen opzet, schuld, evenredigheid en  proportionaliteit deel moeten uitmaken van de beoordeling door de uitkeringsinstelling. De 100 procent boete is van de baan. De bestuursrechter heeft in plaats daarvan een eigen soort boetestelsel gecreëerd en passeert daarmee Klijnsma en haar Boetebesluit. Maar uiteraard staat ook de bestuursrechter onder de politieke druk om het leven van uitkeringsgerechtigden zo zuur mogelijk te maken. De Nationale Ombudsman adviseert in zijn rapport om de boete bij schuld op 10 procent van het benadelingsbedrag te stellen. Maar de Centrale Raad  stelt een maximum van 50 procent, wat men niet nader motiveert. Als de bestuursrechter een lager percentage had gehanteerd, dan had politiek Den Haag ongetwijfeld moord en brand geschreeuwd over rechters die op de stoel van de wetgever gaan zitten. Het valt te verwachten dat Klijnsma en de Tweede Kamer nog gaan debatteren over aanpassing van de frauderegels, waarbij gevreesd moet worden dat de essentie van de belachelijke Fraudewet overeind zal blijven.

Piet van der Lende

Noten

woensdag 3 december 2014

Traditionele actie van Franse werklozen

Affiche van de actie
Aanstaande zaterdag, 6 December zal in Parijs de twaalfde editie van de demonstratie tegen werkloosheid en armoede en sociale rechtvaardigheid worden gehouden. Het is de enige actie van het jaar die specifiek gericht is tegen werkloosheid enarmoede, waarbij de actievoerders de dagelijkse noodsituaties naar voren willen brengen van vrouwen, mannen, gezinnen, zij worden geconfronteerdmet een verschrikkelijke drama, individueel en collectief..
Bovendien, zal het evenement dit jaar worden gehouden op hetzelfde moment dat de MEDEF (De Franse organisatie van werkgevers) zijn week van actie organiseert. Aanwezig zijn bij onze actie betekent dat je eenduidelijk standpunt inneemt tegen het grootkapitaal, de enorme winsten en de groeiende dividenden die worden uitgekeerd aan de aandeelhouders.
We moeten zeker de oorzaken aanpakken, maar wij geloven dat wij ook de gevolgen over het voetlicht moeten brengen, anders blijven we de wanhoop en een reeds sterk gevoel van fataliteit voeden.De aanwezigheid van allen is essentieel, ga dus om 14.00 uur naar het Stalingradplein in Parijs.Wij rekenen op u, omdat onze belangen gemeenschappelijk zijn, het gaat niet alleen over de werkloosheid, het is ook een protest tegen de afbraakvan goede arbeidsomstandigheden en lage lonen.
Apeis

maandag 24 november 2014

Voorlichtingsbijeenkomst over veranderingen in de WMO

Op donderdag 27 november om 19.00 uur wordt een voorlichtingsbijeenkomst gehouden over de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Het is een vervolgbijeenkomst. Maar er wordt dezelfde informatie verstrekt als op een bijeenkomst van 19 november. De bijeenkomst wordt gehouden in het Huis van de Buurt De Klinker, Borgerstraat 45 en de bijeenkomst is georganiseerd door de Bijstandsbond, Wereldse Wijk, stichting Cliëntenbelang, ABC Alliantie Welzijn. Iedereen van harte welkom. Van te voren aanmelden is niet nodig. Een hapje en een drankje zal aanwezig zijn.

Op woensdagmiddag 19 november werd al een voorlichtings- en discussiebijeenkomst gehouden in het Huis van de Buurt de Klinker in Amsterdam Oud West over de veranderingen in de zorg die per 1 januari ingevoerd gaan worden. In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 is geregeld, dat een aantal zaken op het gebied van ondersteuning thuis vanaf 1 januari 2015 niet meer door de nationale regering worden geregeld, maar door de gemeenten. Het gaat dan om taken als huishoudelijke hulp, dagbesteding, beschermd wonen, begeleiding en ondersteuning van mantelzorgers. Andere taken in de gezondheidszorg blijven bij de nationale overheid of worden uitbesteed aan de ziektekostenverzekeraars, die dan voor de uitvoering van regelingen moeten zorgen.

De bijeenkomst was georganiseerd door de stichting Clientenbelang, de Bijstandsbond, de ABC Alliantie welzijn en Wereldse wijk. In een overvolle zaal, er waren tussen de 80 en 100 mensen aanwezig, luisterde men naar een inleiding van Malène Duijst van stichting Clientenbelang en Wereldse Wijk, die op heldere wijze de veranderingen per 1 januari uitlegde. Na de nodige vragen uit de zaal en een pauze was er een inleiding van de sociaal raadsman in de Klinker, die vooral vertelde over de veranderingen per 1 januari op het gebied van de bijstand. Op die datum wordt namelijk de zogenaamde Participatiewet ingevoerd. Daarna vond een levendige discussie plaats met een forum, waarin behalve de sociaal raadsman ook Piet van der Lende van de Bijstandsbond en Jet van Rijswijk van Wereldse Wijk zitting hadden genomen. Ook was er een kort woord van Jeroen van Berkel, die in zijn privéleven ook met dit soort zaken te maken heeft en die vertelde hoe ingewikkeld het allemaal is. Er bestond veel ongerustheid over de maatregelen die op 1 januari worden ingevoerd. Velen vrezen, dan niet meer de ondersteuning te kunnen krijgen die men nu heeft. In het navolgende vooral enkele aspecten van de inleiding die Malène hield

Verschillende dingen over de WMO zijn nog onzeker. Op zich is de wet wel goedgekeurd, maar de gemeente Amsterdam moet nog verordeningen maken over hoe ze de WMO gaan uitvoeren. Dat is allemaal nog in concept. Je kunt de laatste informatie over de invoering van de WMO volgen op de website van de gemeente Amsterdam.

Bij de reorganisatie van de gezondheidszorg en de bepaling wie wat gaat uitvoeren gaat men uit van de zogenaamde 'zorgzwaartepakketten' die de hulpbehoevenden hebben. De mensen die erg hulpbehoevend zijn blijven onder de nieuwe AWBZ vallen, die Wet langdurige Zorg (WLZ) gaat heten of komen terecht bij een regeling die wordt uitgevoerd door de ziektekostenverzekeraars. De gemeenten houden zich bezig met de hulpbehoevenden met het lichtste zorgzwaartepakket, zoals begeleiding en dagbesteding van mensen die nog thuis wonen. Dit betekent wel, dat het in individuele situaties erg ingewikkeld kan worden. Je kunt op een bepaald punt onder de nieuwe WLZ vallen, maar op andere punten bijvoorbeeld weer onder de nieuwe WMO.

Het is dus erg belangrijk dat mensen die in al die ingewikkelde regelingen de weg kwijtraken cliëntondersteuning krijgen. Dat wil zeggen: organisaties waar mensen werken die voor je belangen opkomen en die met je meedenken als je wat nodig hebt.
 Dit is vooral belangrijk, omdat de gemeente zogenaamde 'keukentafelgesprekken' gaat voeren met hulpbehoevenden waarbij functionarissen van het wijkzorgteam een indicatie moeten opstellen over wat je nodig hebt. De gemeente heeft weinig geld om de regelingen uit te voeren, dus ze zijn erg karig met het geven van diensten. Het is belangrijk als je dan een cliëntondersteuner hebt die bij de gesprekken aanwezig kan zijn.

Organisaties die cliëntondersteuning bieden zijn Mee Amstel Zaan, sociaal wijkteam de Klinker, Maatschappelijke diensten GGZ Ouderen, Kerngroep Platform Mantelzorg Amsterdam. Laat je tijdens die keukentafelgesprekken niet inpakken, zo van: o. dat gesprek doe ik wel even. Bereid je goed voor. En denk ook alvast aan de toekomst, aan de ontwikkeling van het ziekteproces. Het is ook belangrijk dat je cliëntondersteuning krijgt omdat je je dan niet laat leiden door de emoties en rustig zaken probeert te doen.

Hoe verloopt de procedure?

Je moet een melding doen bij het Wijk zorgteam dat je hulp nodig hebt. In feite is dit een officiële aanvraag, waarop de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is. De gemeente wil nog wel eens beweren, dat dit niet zo is. Als de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing is sta je sterker. Ze moeten binnen ene bepaalde termijn beslissen en er zijn bezwaar en beroepsmogelijkheden.
Na de melding volgt het keukentafelgesprek. Bij dit keukentafelgesprek gaat de functionaris uit van een bepaald gespreksmodel. de 'zelfredzaamheidsmatrix'. Er wordt gekeken naar:

- De eigen kracht van de betrokkene. Wat kan iemand zelf nog doen?
- Het Eigen sociale netwerk van bestrokkene. Wat kunnen anderen in het netwerk doen?
- voorliggende voorzieningen. Welke andere voorzieningen zijn er buiten de WMO?
- Welke algemene voorzieningen zijn er? Bv goed openbaar vervoer.
- Wat is gebruikelijke zorg waar je zelf voor moet zorgen

Dan komt er een verslag van het keukentafelgesprek, met daarin de voorzieningen waarop betrokkene recht heeft. Dit verslag moet getekend worden door de cliënt en de functionaris. Let op! Als je het er niet mee eens bent, niet tekenen en in beroep gaan.

Je moet niet in een valstrik trappen als: 'o, de dochter kan wel elke dag een hapje eten brengen. Als je dan zegt ja, dat kan wel, dan zit de dochter eraan vast. Stel van te voren vast: wat gaat goed, en wat niet. En bij twijfel: het gaat niet goed. Als je het alleen doet en op alle vragen ja beantwoord, dan denken ze: o, die heeft voldoende eigen kracht en een netwerk, en als het dan niet zo is, dan ben je weer een half jaar verder waarin er niks gebeurt.

dinsdag 16 september 2014

Amsterdamse demonstratie toont de toenemende kracht van de beweging tegen dwangarbeid

Afgelopen woensdag marcheerden tijdens de mars tegen dwangarbeid, die was georganiseerd door het actiecomité Dwangarbeid Nee, zo’n tweehonderd werklozen en sympathisanten richting het Amsterdamse stadhuis. Ze waren voorzien van shirts en actieborden met de leus “Amsterdam vrij van dwangarbeid nu!”. SP-wethouder Arjan Vliegenthart, die sinds zijn aantreden verantwoordelijk is voor elke seconde gedwongen werk door Amsterdamse bijstandsgerechtigden, vroeg om geduld tot medio 2015. Naar eigen zeggen zou hij dan pas uitvoering gaan geven aan de belofte in het college-akkoord dat dwangarbeid wordt afgeschaft. Doorbraak-activist en Dwangarbeid Nee-woordvoerder Rachid Alouad Abdellah voelde de pijn in zijn lichaam toen de houding van de wethouder tot hem doordrong: “Als je iemand slaat, dan vraag je toch niet om geduld, omdat je van plan bent om over een paar maanden te stoppen met slaan?”
Volgens Bijstandsbond-voorzitter en Doorbraak-activist Piet van der Lende was de demonstratie van woensdag de grootste georganiseerde actie van werklozen in tijden. “Ik ken de geschiedenis van de werklozenstrijd goed. Zo’n opkomst en strijdbaarheid heb ik al jaren niet meer gezien. Dit zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuwe werklozenbeweging. En dat werd tijd ook, gezien de al jarenlang voortgaande aanval op de armen.” Tijdens de mars liepen niet alleen bijstandsgerechtigden mee die zijn ontsnapt zijn aan dwangarbeid. Voor het eerst deed ook een groep mensen mee die nog steeds week in week uit wordt gedwongen om te werken zonder salaris en zonder arbeidscontract. Meer en meer bijstandsgerechtigden zijn gaan meedoen na persoonlijke ontmoetingen tijdens het herhaaldelijke flyeren bij dwangarbeidcentra en werkpleinen, en na telefonisch contact nadat ze bij flyeracties hun contactgegevens hadden doorgegeven. Tijdens het bellen met werklozen viel op hoe fijn ze het vinden om te merken dat ze samen sterk staan.
De eisen van de mars tegen dwangarbeid
  • Geen klantmanagers meer die je een traject induwen om gedwongen te werken zonder loon.
  • Geen verdringing meer van betaalde banen door gedwongen werken zonder loon.
  • Geen criminalisering meer van bijstandsgerechtigden.
  • Gedwongen werken zonder loon stopt, vandaag nog.
  • Gedwongen werken zonder loon wordt erkend als dwangarbeid.
  • Gedwongen werken zonder loon kan nooit meer gebeuren.
Hek van de dam
Anderhalf jaar geleden durfden bijstandsgerechtigden zich niet snel publiekelijk uit te spreken tegen dwangarbeid. Inmiddels is dat flink veranderd. Tijdens hun werkpauze vroegen dwangarbeiders onder het intimiderend oog van bewakers en klantmanagers aan Dwangarbeid Nee-activisten om extra flyers die ze bij hun zoveelste sollicitatiecursus wilden gaan uitdelen. Bij de uitgang van het dwangarbeidcentrum aan de Laarderhoogtweg, dat draaiende wordt gehouden door stichting Herstelling, luchtte een van de dwangarbeiders zijn hart tegenover een Dwangarbeid Nee-activist: “Ik heb geen geld voor de dokter. Als ik pijn heb, dan ga ik langs Kruidvat. We moeten gaan staken. Ik wil gewoon loon voor mijn werk.”
Na zo’n anderhalf jaar strijd van dwangarbeiders en sympathisanten, die zich hebben georganiseerd in het actiecomité Dwangarbeid Nee, is dwangarbeid in Amsterdam niet meer “normaal”. Dankzij dat verzet lukte het de SP om verplicht onbetaald werken in elk geval op papier, namelijk in het college-akkoord, afgeschaft te krijgen. Dat maakt op zijn beurt de weg weer vrij voor werkende werkelozen om collectief te gaan stoppen met dwangarbeid. De SP-wethouder zou zich onmogelijk maken binnen zijn Amsterdamse achterban als hij het actie- en stakingsrecht van dwangarbeiders niet zou erkennen.
De wethouder geeft uitleg.
De wethouder geeft uitleg.
De angst en moedeloosheid die dwangarbeiders eerder vaak nog weerhield van opstandigheid, begint overvleugeld te worden. Dat komt door de woede over de vernederingen die ze meemaken, door de uitzichtloze situatie van gebroken beloften over toekomstig betaald werk, en ook door de toegenomen hoop op de uiteindelijke afschaffing van dwangarbeid. Zelfs in mainstream-media gaat de discussie niet meer over de vraag of dwangarbeid wordt stopgezet, maar vooral over wanneer dat gaat plaatsvinden. Dat zou al kunnen gebeuren na één of meerdere succesvolle collectieve acties. Als het hek eenmaal van de dam is…
Dwangarbeider dwangarbeider Petar Kapralov wordt geïnterviewd.
Dwangarbeider Petar Kapralov wordt geïnterviewd.
In het dwangarbeidcentrum aan de Laarderhoogtweg weigeren bijstandsgerechtigden zich hun rechten te laten afnemen. Tijdens een incident met een klantmanager bleef dwangarbeider Petar Kapralov onlangs dapper benadrukken dat hij en zijn collega’s het recht hebben om hun mening te uiten en om te demonstreren. Toen hij bleef aanhouden, werd hij door de klantmanager uit het centrum gezet. Tijdens de demonstratie vertelde Kapralov over deze repressie, in het bijzijn van de wethouder die op zijn beurt stond te wachten om ook een toespraak te houden. Voor de wethouder vormt het een lakmoesproef of hij de bijtende honden onder zijn ambtenaren, die onder zijn verantwoordelijkheid mensenrechten schenden, weer aan de lijn kan krijgen. Kapralov en veertien van zijn collega’s hebben de onderstaande verklaring ondertekend waarin ze het intimiderende optreden van de klantmanager en het keiharde dwangarbeidregime hekelen. Dwangarbeid Nee staat al in de startblokken om Kapralov en zijn collega’s te steunen met acties.
Een aantal van de geroepen leuzen
  • Wat willen we? Loon! Wanneer willen we het? Nu!
  • Steeds meer dwangarbeid, steeds meer banen kwijt!
  • Doe gewoon en geef me loon!
  • Een contract op dag 1, dat willen we meteen!
  • Schijt aan dwangarbeid!
  • Wij willen werk met loon, dat is toch heel gewoon!
  • We pikken het niet meer, dit is de laatste keer, we hebben maar 1 kans: organiseer!
  • Wij stoppen dwangarbeid, doe je mee, doe je mee, doe je mee?
  • Dit is de strijd tegen dwangarbeid, wij zijn de strijd tegen dwangarbeid!
  • Zij zijn zo bang voor onze kracht, zij zijn zo bang voor onze macht!
  • Wij willen loon en zekerheid, zij willen onderdanigheid!
  • Wij staan recht en blijven staan, tot we dwangarbeid voorgoed verslaan!
  • Wij willen een loon, contract en rechten, daar blijven wij voor vechten!
  • Alleen is maar alleen, maar samen staan we sterk, tegen al die dwang en voor loon naar werk!
  • Wij zijn niet bang, wij zijn hier, wij willen poen, voor de arbeid die we doen!
  • De Laarderhoogtweg, het Bos, de Kwekerij, waar we moeten werken voor een appel en een ei, we worden opgelicht, al die plekken moeten dicht!
  • Van elke minuut die je ons gratis wil laten werken, krijg je spijt, krijg je spijt, krijg je spijt!
  • Voor elke seconde die je ons dwingt te werken, krijg je verzet, verzet, verzet!
Albert Heijn
De demonstratie was ook uniek omdat de meeste sprekers zelf aan den lijve hebben ervaren wat het is om onder dwang onbetaald te moeten werken. Met de kracht van een georganiseerde groep achter zich eisten ze publiekelijk hun rechten op. Arnold Mos, spreekuurmedewerker van de Bijstandsbond en actief in het actiecomité, benadrukte nog eens het verschil tussen een uitkering en een salaris. “Ik kreeg geen pensioen, geen contract en niet eens het minimumloon.” Ook Ron Smit, activist van deBasis Inkomen Partij (BIP) en eveneens actief in Dwangarbeid Nee, toonde zich boos over het gesol met bijstandsgerechtigden: “Na jaren leuren bij diverse instellingen heb ik onbetaald gewerkt, maar nog steeds geen baan. Die participatietrajecten zijn alleen goed voor bedrijven die de premie willen opstrijken voor ‘begeleiding’ en gratis mensen aan het werk willen hebben voor allerlei klusjes. Dit onder dwang van korten of stopzetten van de uitkering. Dat staat in al die dreigbrieven die ik van de Dienst Werk en Inkomen krijg.” Met droge humor bespotte hij het systeem: “Werken met behoud van armoede en bijstandsregime is dus een betere uitdrukking. Want welke baas mag bij jou thuis tandenborstels tellen op zoek naar gasten? Het heeft het karakter van een taakstraf, maar het is voor mij totaal onduidelijk waar ik de straf aan verdiend heb.” Als het niet echt zou zijn, zou je je bescheuren om de absurditeit ervan.
Aan de demonstratie namen ook mensen deel die bang zijn om hun baan te verliezen. Dat is volkomen begrijpelijk, want in onder meer de zorg, de schoonmaak, de taxibranche en de beveiliging komt het steeds vaker voor dat betaald werk wordt vervangen door dwangarbeid. Albert Heijn is in Amsterdam momenteel opnieuw op zoek naar dwangarbeiders om hun winkels draaiende te houden. Die paar euro per uur die de supermarktgigant nu betaalt voor hun vaak erg jonge en daardoor spotgoedkope personeel, is blijkbaar toch nog te veel. In plaats van loon te betalen stapt de grootgrutter daarom liever over op dwangarbeiders.
Scherpe toespraak van SP-raadslid Maureen van der Pligt.
Scherpe toespraak van SP-raadslid Maureen van der Pligt.
Kameleon
In dagblad Het Parool werd de dag na de mars opgemerkt dat Vliegenthart al na drie maanden een demonstratie van zijn eigen achterban “aan zijn broek kreeg”. Daarmee zetten de activisten hem onder druk om de beloften van zijn eigen partij na te komen. De houding van Vliegenthart verschilt flink van die van SP-raadslid en Dwangarbeid Nee-medeoprichter Maureen van der Pligt. Zij herhaalde voor het stadhuis onder groot applaus van de aanwezige demonstranten haar standpunt: “Ik ben lid van het comité, steun de eisen en doe in de raad alles om dwangarbeid zo snel mogelijk te stoppen.”
Eerder op de middag kreeg de wethouder na een oorverdovend “Stop dwangarbeid nu” de microfoon. “Ik voel de haast, maar we gaan pas in december de plannen presenteren in de gemeenteraad. Medio 2015 moet het geregeld zijn.” Begin augustus heeft het actiecomité de wethouder al per brief laten weten hoe het dwangarbeidsysteem in Amsterdam ontmanteld kan worden. Maar zelfs de gemakkelijke eerste stap, het stoppen met nieuwe dwangarbeidtrajecten, heeft hij nog niet overgenomen. Nog geen twee dagen na de demonstratie verdedigde hij de term dwangarbeid die zijn raadslid wel gebruikt, niet overtuigend. Gaat hij meer luisteren naar zijn rechtse coalitiepartners in het college en naar de topambtenaren die de architecten vormen van het dwangarbeidsysteem, of houdt hij rekening met zijn eigen achterban die dwangarbeid liever gisteren dan vandaag ziet verdwijnen? Zal hij een politieke kameleon blijken te zijn of een linkse bestuurder die zich laat voortstuwen door een golf van verzet? Dwangarbeid Nee wacht niet af, maar heeft haar eigen strijdplan.
Vervolgstappen
Tijdens de demonstratie werd voortdurend uit volle borst geroepen “Wie is de strijd tegen dwangarbeid? Wij zijn de strijd tegen dwangarbeid!” Verandering komt er door gezamenlijke strijd van onderop, zo blijkt uit de ervaringen van Dwangarbeid Nee-activisten. In een kleine twee jaar tijd is het actiecomité uitgegroeid tot een krachtig wapen van de Amsterdamse dwangarbeiders. Het initiatief tot het comité kwam van de SP, FNV Bondgenoten, de Bijstandsbond en Doorbraak. Waar dat in het begin nog niet het geval was, wordt het comité nu steeds meer gedragen door dwangarbeiders zelf. Het voortdurend met hen contact leggen en het verzamelen van contactgegevens heeft geleid tot een zeer goed geïnformeerd comité met mobilisatiekracht. Dwangarbeid Nee strijdt door tot dwangarbeid daadwerkelijk is afgeschaft en ook niet meer terug kan komen als er een andere politieke wind gaat waaien.
Er zijn na deze mars diverse vervolgstappen mogelijk. Te denken valt aan het dwangarbeidsysteem onbeheersbaar maken door collectief actie te voeren op de werkvloer van de dwangarbeid. En de wethouder blijven herinneren aan zijn belofte dat dwangarbeid zo snel mogelijk afgeschaft gaat worden. Verder kunnen profiteurs van dwangarbeid, zoals Albert Heijn, aan de schandpaal worden genageld. Genoeg te doen dus. Op 10 oktober organiseert Dwangarbeid Nee alweer een nieuwe actie tijdens een regionale bijeenkomst van wethouders met staatssecretaris Jetta Klijnsma. Samen zijn zij verantwoordelijk voor het opleggen van dwangarbeid aan bijstandsgerechtigden. Daarom doen dwangarbeiders en anderen er goed aan om de druk op deze bestuurders te blijven opvoeren.
Bob Wester
Petitie van medewerkers van het “project kantooromgeving” van stichting Herstelling aan de Laarderhoogtweg (d.d. 9 september 2014)
Hierbij verklaren bovengenoemde medewerkers dat zij gisteren hebben geconstateerd dat Petar Kapralov, medewerker van “project kantooromgeving”, is weggestuurd onder begeleiding van bewakers, omdat hij verdedigde dat een pamflet van de demonstratie tegen dwangarbeid op 10 september werd verspreid. Dit naar aanleiding van het feit dat klantmanager Sijmen Vonk binnenkwam en een pamflet omhoog hield, daarbij op hoge toon vragende wie dit pamflet had verspreid en waarom dat in de “kantooromgeving” aanwezig was. Petar verdedigde daarop de gebeurtenis met de opmerking “Wat is er tegen de verspreiding van een pamflet, we leven in een land met vrijheid van meningsuiting”. Hierop ontstond een woordenwisseling en werd Petar de deur gewezen. Hij moest vertrekken onder begeleiding van de bewakers.
Wij zijn verontwaardigd over de manier waarop Petar behandeld is en over het optreden van Sijmen Vonk. Petar heeft niets verkeerds gedaan, en verspreiding van een pamflet is geen werkweigering. Wij vinden dat wij door het optreden en de intimiderende houding van Sijmen Vonk in onze fundamentele rechten zijn aangetast en eisen excuses voor de gang van zaken jegens Petar Kapralov.
Het incident getuigt van het meer structurele probleem dat Sijmen Vonk slecht communiceert, dat hij mensen bedreigt en intimideert en dat een sfeer van wantrouwen en slechte werkomstandigheden is ontstaan. Wij willen verandering in dit opzicht. Wij eisen dat met onze rechten rekening wordt gehouden. Wij zijn niet in een gevangenis, terwijl in het project over grenzen wordt heengegaan in de behandeling en werkwijze van Herstelling die wij niet langer accepteren. Niemand heeft een reïntegratiecontract, we moeten werken zonder loon, het traject is in principe eindeloos, afhankelijk van pure willekeur. Er wordt in feite niets gedaan om ons aan betaald werk te helpen. Het is voor ons een uitzichtloze situatie met grote onzekerheid over ons inkomen. Op deze wijze worden mensen hier beschadigd en depressief en hebben ze dus minder kansen op betaald werk. Dat accepteren wij niet meer.
Een aantal van de demonstranten.
Een aantal van de demonstranten.

vrijdag 12 september 2014

Actie bij SZW-wethouders bijeenkomst 2014

Oproep Actiecomité Dwangarbeid nee

Op vrijdag 10 oktober gaan wij als Actiecomité Dwangarbeid nee actie voeren bij een regionale bijeenkomst van wethouders uit West-Nederland. De wethouders van sociale zaken uit de regio nemen dan deel  aan de SZW-wethouders bijeenkomsten 2014. Het doel van deze bijeenkomsten is van gedachten te wisselen over participeren en wat daartoe nodig is aan samenwerking in de arbeidsmarktregio. Daarnaast vind de staatssecretaris Klijnsma, die de wethouders heeft uitgenodigd,  het voorkómen van armoede en het bieden van een adequate schuldhulpverlening van groot belang. Een uitgelezen gelegenheid om alle wethouders erop te wijzen, dat dwangarbeid (werken met behoud van uitkering) in de verschillende gemeenten onmiddellijk moet worden afgeschaft.

Er worden drie wethouders bijeenkomsten georganiseerd, alle van 16.00–20.00 uur, op de volgende locaties:  Zwolle: woensdag 8 oktober.  Amsterdam: vrijdag 10 oktober. Tilburg: woensdag 15 oktober.  www.szw-wethoudersmiddag.nl/welkom.html

Wij gaan naar de bijeenkomst van 10 oktober. De bijeenkomst wordt gehouden vanaf 16.00 uur op boerderij Langerlust. Boerderij Langerlust is een bijzondere locatie gelegen aan de rand van Amsterdam.  Boerderij Langerlust is onderdeel van Pantar Amsterdam en biedt leerwerkplekken voor diverse deelnemers met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Adres: Provincialeweg 24, Amsterdam. Je kunt er met de metro 53 station Gaasperplas (eindhalte) naartoe. Bus 49 rijdt van metro/treinstation Bijlmer Arena naar treinstation Weesp en terug. U kunt uitstappen op de Provincialeweg, halte Reigersbroeck. Bus 49 stopt tevens bij het metrostation Gaasperplas ( eindhalte metro 53 ).

Wij organiseren echter ook een bus vanuit de stad. Verzamelen om 14.30 uur bij de Bijstandsbond, Da Costakade 162, 1053 XD Amsterdam

Facebookpagina: https://www.facebook.com/events/527186800748345/?ref_dashboard_filter=upcoming

woensdag 3 september 2014

De mars tegen dwangarbeid. We zijn er klaar voor!

De voorbereidingen van de mars tegen dwangarbeid op woensdag 10 september om 17.00 uur vanaf het Weesperplein in Amsterdam zijn in volle gang.


zaterdag 16 augustus 2014

Aanmelding

Beste mensen,

Zoals in en eerder bericht al aangekondigd organiseert het Actiecomite Dwangarbeid Nee in Amsterdam op woensdag 10 september een mars van het Weesperplein bij de doodskist (het hoge zwarte gebouw) naar de Stopera om te protesteren tegen het werken met behoud van uitkering (dwangarbeid). Aanvang van de mars: 16.30 uur.

Verschillende mensen hebben al gezegd dat ze komen en er zijn ook aanmeldingen op de facebook pagina.

https://www.facebook.com/events/1530680913821289/1530683140487733/?notif_t=like

Er is ook een evenementenpagina op Google+

https://plus.google.com/u/0/events/cd26adgsq191dhbap0tiake0fvs?authkey=CITw2qW_7bjLLg&cfem=1

De organisatoren zouden het fijn vinden als je meedeelt, of je komt door even een mailtje te sturen aan info@dwangarbeidnee.nl als je dat nog niet gedaan hebt. Dan hebben we vooraf een indruk van hoeveel mensen er komen.

Tot ziens op de tiende!

woensdag 13 augustus 2014

Amsterdam vrij van dwangarbeid nu!

Het Actiecomité Dwangarbeid Nee organiseert een mars tegen dwangarbeid op
woensdag 10 september 16.30 uur
Start: Weesperplein (naast het hoge zwarte gebouw)
Einde: Stopera

Na een lange strijd van het Actiecomité Dwangarbeid Nee staat er in het
nieuwe collegeakkoord: "We stoppen met onbetaald werk". Mooie woorden, maar
nu de daden nog. Dus:
*        Geen klantmanagers meer die je een traject in duwen om gedwongen
te werken zonder loon.
*        Geen verdringing meer van betaalde banen door gedwongen werken
zonder loon.
*        Geen criminalisering meer van bijstandsgerechtigden.

Samen hebben wij als bijstandsgerechtigden met iedereen die solidair is een
sterkere stem. Hoe sterker onze stem, des te sneller dwangarbeid stopt.

Onze strijdbare mars gaat van het Weesperplein naar het stadhuis. Daar gaan
wij de verantwoordelijke wethouder, Vliegenthart (SP), vertellen dat wij
blij zijn met de woorden die de SP in het collegeakkoord heeft gekregen.
Wij willen hem aanmoedigen die woorden in daden om te zetten:
*        Wij eisen dat gedwongen werken zonder loon stopt; vandaag nog!
*        Wij eisen dat gedwongen werken zonder loon erkend wordt als
dwangarbeid.
*        Wij eisen dat  gedwongen werken zonder loon nooit meer kan
gebeuren.

Sta jij achter deze eisen? Kom dan ook en neem zoveel mogelijk mensen mee naar de mars

Facebook evenementenpagina

maandag 28 juli 2014

Klachten bij het steunpunt GGZ over het functioneren van de Dienst Werk en Inkomen

DWI
Bij het Steunpunt GGZ valt het op dat het voor veel cliënten heel lastig is om een uitkering of bijzondere bijstand aan te vragen. Het lijkt wel alsof het standaardantwoord van DWI-callcenter medewerkers  NEE  is. Ongeacht of de aanvraag terecht is of niet. Bijvoorbeeld als je een aanvraagformulier voor bijzondere bijstand wilt aanvragen komt het nogal eens voor dat de callcenter-medewerker al weigert een formulier op te sturen omdat hij/zij meent dat de klant daar niet voor in aanmerking komt.  Een beslissing die hij/zij niet mag nemen. Pas na het bestuderen van een ingediende aanvraag kan een beslissing hieromtrent genomen worden.  En onze ervaring is ook,  dat als je doorzet en de procedure assertief doorloopt, je toch vaak een toekenning krijgt.
We krijgen sterk de indruk dat er onzorgvuldig gewerkt wordt bij DWI. Veel te vaak worden aanvragen onterecht (blijkt achteraf) afgewezen. De stukken zijn niet goed genoeg bestudeerd of er worden fouten gemaakt. Het komt ook vaak voor dat na dat de juiste documenten aangeleverd zijn en een huisbezoek is afgelegd, er toch om onduidelijke redenen een afwijzing volgt en pas bij een bezwaarprocedure van de klant de uitkering toegewezen wordt.  Excuses voor de eerdere verkeerde beslissing krijg je zelden. Daarbij veroorzaakt de eerdere afwijzing bij de cliënt enorm veel onrust , onzekerheid en stress. Vaak moet  er een cliëntondersteuner of jurist aan te pas komen om er voor te zorgen dat een aanvraag juist behandeld en beoordeeld wordt. 
De bejegening van de frontoffice of  klantadviseur kan ronduit klantonvriendelijk zijn. Als je dat  op een goed moment op een beleefde toon te kennen geeft, is het ook al eens voorgekomen dat de klantadviseur dit ontkende (!) en besloot het  gesprek te beëindigen.
Vaak is er ook veel wisseling in consulenten wat de afhandeling van een aanvraag niet ten goede komt.
Veel cliënten worden zo boos en ontmoedigd dat ze gedurende de aanvraagprocedure dreigen af te haken. Steunpuntmedewerkers zetten zich dan in om de cliënt aan te moedigen toch door te zetten. In een brief van DWI aan een cliënt stond dat men twijfelde aan zijn oprechtheid. Later bleek dat deze klant juist heel eerlijk zijn verhaal had verteld en kreeg na bezwaar ingediend te hebben toch de uitkering waar hij recht op had.
Wat zo naar is, is dat veel burgers standaard met achterdocht en wantrouwen  benaderd worden. Heel onprettig.  Je voelt je als aangeklaagde wiens taak het is je  onschuld te bewijzen.

Een aantal casussen:


  •  Ondersteuner belde met DWI over de zaak van een klant. De Dwi-medewerker liet ondersteuner nauwelijks aan het woord maar praatte zelf in een stuk door. Ondersteuner kreeg nauwelijks de kans zijn vragen te stellen. Toen ondersteuner op een beleefde toon te kennen gaf dat hij haar bejegening klantonvriendelijk vond, besloot ze het gesprek te beëindigen.  
  •  afd. Handhaving.  Cliënte werd opgeroepen door Handhaving. Zij was net ontslagen uit het ziekenhuis vanwege longontsteking. Op de dag van de afspraak was mevr. nog ziek (hoesten, koorts). Zij belde met DWI. De medewerkster zei dat mevr. toch naar de afspraak moest komen anders zou haar uitkering worden stopgezet.  Bij het gesprek gaf mevr. direct aan dat zij zich niet goed voelde en eigenlijk in bed moest liggen.  Mevr. mocht naar huis en het gesprek werd verzet. De medewerker hoort per definitie altijd voordat een gesprek begint aan de cl. te vragen of de cliënt zich goed genoeg voelt om het gesprek aan te gaan. (fysiek en/of geestelijk). De betreffende medewerker heeft dit nagelaten.  Dit is in het dossier opgenomen
  • Klacht van cliënt over de weinig flexibele houding van DWI. Client is dakloos, heeft briefadres bij DWI. Wekelijks moet  hij bij DWI langs om zijn post op te halen. Het is twee keer voorgekomen dat DWI zijn uitkering blokkeerde omdat cliënt niet op een gesprek was gekomen. DWI stuurde hem hiervoor een uitnodiging maar die lag nog niet in zijn postvak toen hij de post ophaalde. De uitnodiging van DWI lag er een dag later dus cliënt miste zijn afspraak.  Hij heeft geprobeerd om zijn situatie uit te leggen maar hij vindt dat dit niet is gelukt.
  • cl ontvangt tegemoetkoming eigen bijdrage i.k.v. atcg. Omdat de IB per 27 mei stopt, wil cl deze voorziening stopzetten . Hij belt met DWI en geeft dit door. De medewerker zegt toe hem een bevestigingsmail te sturen. Cl  belt vervolgens drie keer naar DWI aangezien hij geen bevestiging ontvangt. Hij wordt van kastje naar de muur gestuurd en heeft zijn belsaldo aan DWI opgebruikt. 
  • Ondersteuner belt naar DWI en heeft dezelfde ervaring:  wordt doorverbonden met de verkeerde afdeling,  verkeerde medewerker, terugbelverzoeken worden niet beantwoord. Client gaat de voorziening schriftelijk beëindigen.  Heeft hier slechte ervaringen mee bij DWI: brief was niet aangekomen, hij kreeg een boete  omdat hij de informatie niet aan DWI zou hebben doorgegeven. Cl. kon niet bewijzen dat hij de brief had verstuurd.
  • In het algemeen bij het aanvragen van een WWB voor daklozen; daklozen moeten een  7 dagen briefje invullen met de adressen waar zij de afgelopen 7 dagen overnacht hebben en waar ze de komende 7 dagen ook weer overnachten. Dit voor Handhaving, die gaat dan de week daaropvolgend langs, als vervanging van het huisbezoek. Dit is juist voor daklozen vaak een onoverkomelijk bezwaar, ze weten niet waar ze de komende tijd terecht kunnen. En als ze dan geregeld hebben dat ze ergens zijn komt Handhaving vaak niet langs, of op een andere dag dat cl er niet is. Dit geeft vaak veel vertraging, Handhaving is onverbiddelijk, geen client, dan stopt de procedure . Ook de daklozenvakbond komt dit vaak tegen, zeker al  12 gevallen dit jaar.  Net is bij iemand na 11 jaar daklozenuitkering vanwege 2 keer niet aantreffen op adres van 7 dagen formulier de uitkering gestopt. Handhaving moet clienten op een van de aangegeven adressen zien. Zij gaan tussen 5.00 en 7.00 uur ochtends op alle aangegeven adressen van het 7 daagsformulier langs . Treffen zij op het adres niemand aan (waar een goede rede voor kan zijn), dan wordt de cliënt uitgenodigd voor gesprek handhaving. Dat resulteert dan meestal  in een stopzetting en heel vaak ook in een terugvordering van uitbetaald uitkering, soms over 2 tot 3 jaar.
  • Cl, 30 jaar, jaren psychische problemen, is al jaren onderhouden door zijn moeder. Moeder kan het niet meer betalen, cl kan nu ook een eigen leven opbouwen. Doordat cl nooit een eigen bankrekening heeft gehad, geen inkomen, geen huis, twijfelt Handhaving en wijst de aanvraag af. Zonder bewijs voor fraude, dat kan er ook niet zijn. Handhaving wijst op de mogelijkheid van bezwaar. De cl. raakt daar zo van overstuur dat hij afhaakt. Gevolg, grote problemen voor cl. en zijn moeder.

maandag 30 juni 2014

Dwangarbeid is het juiste woord

Dwangarbeid is het juiste woord

Ingezonden brief verschenen in Het Parool op 30-06

Dwangarbeid is de verkeerde naam voor de werkzaamheden van bijstandsgerechtigden op bijvoorbeeld het Hembrugterrein, betoogde PvdA-raadslid Dennis Boutkan vrijdag. Maar er is geen beter woord voor, en Boutkan maakt zich druk over de verkeerde zaken, aldus onder anderen SP-Kamerlid Sadet Karabulut.

PvdA-raadslid Dennis Boutkan beklaagt zich in Het Parool over de term 'dwangarbeid'. Dit doet hij naar aanleiding van schriftelijke vragen van de SP-fractie in de Amsterdamse gemeenteraad over feiten rondom het met chemicaliën en asbest vervuilde Hembrugterrein.

Bijstandsgerechtigden uit Amsterdam werden hier verplicht aan het werk gezet, op straffe van korting op de uitkering. Zij moesten vanaf oktober 2011 het gebied vrij maken van struiken en onkruid zonder beschermende maatregelen en zonder dat er een precies beeld was van de mate van vervuiling van het terrein. Er was geen vergunning voor het werken op terreinen met gevaarlijke stoffen en er waren geen gecertificeerde werkmeesters.

Hoewel de betrokken uitkeringsgerechtigden diverse keren aan de bel trokken dat er wellicht een gevaar voor hun gezondheid bestond, werd er weinig acht geslagen op hun protesten. Niet meer komen betekende een korting op de uitkering. Tegen deze wantoestanden protesteert Boutkan niet, hoewel mensen wellicht blijvende gezondheidsschade hebben opgelopen. Wel treft de term dwangarbeid hem in zijn hart, schrijft hij.

Wat hem in zijn hart had moeten treffen, is de gedwongen tewerkstelling onder het mom van re-integratie van mensen onder dreiging van een flinke korting op of zelfs intrekking van hun bijstandsuitkering. Dat betekent geen huur kunnen betalen, geen eten kunnen kopen en de zorgpremie niet kunnen voldoen.

Het ís namelijk dwangarbeid volgens de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie: 'Onder dwangarbeid wordt arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten.'

Ieder weldenkend mens hoort daar tegen te zijn. De PvdA heeft er echter hard aan meegewerkt dat mensen zonder werknemersrechten, zonder veilige arbeidsomstandigheden en zonder salaris, moeten werken. Dat leidt tot verdringing van betaalde arbeid, ontduiking van het wettelijk minimumloon, niet-naleven van de cao en oneigenlijke concurrentie voor andere werkgevers.

Maar dat raakt sociaaldemocraat Boutkan niet in zijn hart. Sterker: hij bejubelt het feit dat mensen met veel werkervaring, die recent werkloos zijn geworden, via de Herstelling van de gemeente totaal zinloos 'werknemersvaardigheden' moeten opdoen. Schoenenpoetsen, strijken, takken rapen in het Amsterdamse Bos.

Zijn bewering dat door dit beleid meer dan vierduizend bijstandsgerechtigden aan het werk zijn geholpen, wordt niet gestaafd door de feiten. Schoolverlaters en uitstromers naar de Sociale Werkvoorziening zijn bij deze cijfers inbegrepen.

Boutkan doet een hartstochtelijk appèl op wethouder Arjan Vliegenthart afstand te nemen van de term dwangarbeid. Ondergetekenden doen een hartstochtelijk appèl op de PvdA-fractie daden te tonen en niet te vallen over woorden. Maak samen met ons zo snel mogelijk een einde aan werken zonder loon in Amsterdam. Werk moet lonen, te allen tijde, dat zou de Partij van de Arbeid toch moeten onderschrijven.

Piet van der Lende (Actiecomité Dwangarbeid Nee), Déjo Overdijk (de Bijstandsbond), Maureen van der Pligt (FNV) en Sadet Karabulut (SP)

donderdag 19 juni 2014

Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam

Persbericht Bijstandsbond

Update. Het raadslid voor de SP Maureen van der Pligt heeft vragen gesteld aan de wethouder werk en Inkomen van Amsterdam. Lees hier de vragen

Op donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben  gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.
Ook onder het personeel van Herstelling ontstond onrust. Daarover is in december 2012 een voorlichtingsbijeenkomst geweest, waar niet de onderliggende onderzoeksrapporten aan het personeel werden overhandigd.  (Een actualiserend onderzoek naar de vervuiling op het Hembrugterrein van Arcadis was toen een half jaar oud). Men ontkende dat er iets aan de hand was. Herstelling besloot, met wat nadere afspraken gewoon met de werkzaamheden door te gaan. Uit de correspondentie en de rapporten blijkt, dat het terrein in strijd met de Wet Bodem Bescherming is gesaneerd waarbij de kostenfactor een grote rol speelde. Uitvoeren van de wet zou teveel geld  hebben gekost. Ongeveer 1 hectare is gesaneerd, maar van het andere gedeelte is op basis van ‘historisch’ onderzoek geconcludeerd, dat er niets aan de hand is.
Overigens was niet alleen de groenploeg van Herstelling al vanaf november – december 2011 op het terrein aan het werk, er waren ook al aannemers actief, die hun personeel hebben blootgesteld aan situaties waarvan zij de gevaren niet konden overzien. De verschillende uitvoerende instanties en de verantwoordelijke bestuurders hebben vanaf 2009 tot nu toe de signalen van mensen die er werkten over de vervuiling en de risico’s gebagatelliseerd en ontkent, toen bekend was dat die risico’s er waren maar niet bekend was hoe groot die waren.

Voor meer informatie:

P. van der Lende
Bijstandsbond
info@bijstandsbond.org

http://www.bijstandsbond.org/activiteiten/persberichten/opsommingjuni2014/Blog%20Hembrugterrein.pdf


vrijdag 13 juni 2014

Voorlichtings en discussieavond voor mensen met een minimuminkomen met of zonder vrijwilligerswerk of dwangarbeid


Individuele hulpverlening waarbij klachten en bezwaarschriften worden ingediend en collectief actievoeren op basis van die hulpverlening is effectief! Het nieuwe college in Amsterdam neemt veel van onze eisen over.

Aanstaande woensdagavond 25 juni om 19.30 uur organiseert het actiecomité dwangarbeid nee in samenwerking met de Bijstandsbond en Doorbraak Amsterdam een voorlichtings en discussie bijeenkomst over de laatste stand van zaken mbt de rechtspositie van bijstandsgerechtigden en andere mensen met een minimuminkomen in Amsterdam. De bijeenkomst wordt gehouden in het zogenaamde SBOW-gebouw, Eerste Helmersstraat 106M in Amsterdam oud West. De Eerste Helmersstraat loop parallel aan de Overtoom.

We beginnen met een inleiding van Marc van Hoof, de advocaat van de Bijstandsbond. Daarna hopen we dat de kersverse wethouder werk en inkomen in Amsterdam Arjen Vliegenthart, antwoord zal kunnen geven op vragen die bij ons leven. 

In het collegeakkoord dat D'66, de VVD en de SP gesloten hebben maar dat nog door de achterbannen van de partijen moet worden goedgekeurd wordt aangekondigd, dat de dwangarbeid (werken met behoud van uitkering) gaat stoppen. Verder komt er een gratis identiteitsbewijs. Er komen 'perspectiefbanen' en dagopvang faciliteiten. Werklozen kunnen voortaan kiezen uit scholing, vrijwilligerswerk  of een perspectiefbaan. Verder wordt het anti-armoede beleid uitgebreid. Er gaat dus nogal wat veranderen. Dankzij de vele acties van de bovengenoemde organisaties is er eindelijk een verandering in positieve zin. Maar er zijn nog vele vragen. Op welke termijn gaan die maatregelen worden ingevoerd? En wat betekenen de nieuwe plannen op dit moment voor mensen die in een moeilijke situatie zitten door de bureaucratie, een onheuse bejegening of in een dwangarbeiders-situatie? Hoe ziet de overgangsperiode eruit? We zullen de laatste stand van zaken over deze en andere vragen tegen het licht houden en tevens spiegelen aan het (verplichte) beleid uit Den Haag en de wetgeving die er nu is.  Daarbij zullen de veranderingen in de bijstand en diverse andere sociale zekerheidswetten aan de orde komen. Met het laatste nieuws over de boeten die bijstandsgerechtigden krijgen opgelegd, de kostendelersnorm en andere vraagstukken. Dat de kostendelersnorm per 1 januari 2014 wordt ingevoerd is nog niet zeker. Men wil het een jaar uitstellen. Hierover vergadert de Eerste Kamer eind juni.

Voor meer informatie:
Actiecomite dwangarbeidnee
020-6898806
info@dwangarbeidnee.nl
Bijstandsbond
0206181815
info@bijstandsbond.org


U kunt de successen in uw en onze strijd steunen door lid te worden van de Bijstandsbond. Het lidmaatschap is 17 euro per jaar. Overmaken op giro NL22 INGB 0004 5548 41 t.n.v. bijstandsbond Amsterdam. Tevens kunt u lid worden van onze berichtenlijst met  laatste informatie over werk en uitkeringen in Amsterdam.

Actievoeren helpt! Dwangarbeid in Amsterdam voorlopig afgeschaft. Nu de rest van Nederland nog

Het actiecomité DwangarbeidNee in Amsterdam, de Bijstandsbond en Doorbraak Amsterdam hebben kennis genomen van het collegeakkoord in Amsterdam tussen SP, VVD en D’66. In deze reactie gaan we in op de paragraaf werk en inkomen. En dan in het bijzonder het werken met behoud van uitkering dat nu toe in Amsterdam uitgevoerd wordt. De afgelopen twee jaar hebben wij vele acties gevoerd tegen het werken met behoud van uitkering door bijstandsgerechtigden oftewel dwangarbeid. Maureen van der Pligt, lid van het actiecomité DwangarbeidNee en onderhandelaar namens de SP over het nieuwe collegeakkoord, heeft aan vele van die acties meegedaan en zo ervaren hoe schrijnend de positie van de dwangarbeiders was. In november hebben wij een zwartboek gepubliceerd waarin de misstanden op dit gebied aan de orde werden gesteld. Dit heeft geleid tot veel publiciteit. Ook in andere delen van het land kwamen actiegroepen op, om de verwerpelijkheid van de dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden aan de kaak te stellen. Op internet verschenen honderden getuigenverklaringen uit het hele land over de zinloosheid van dergelijke trajecten, de vernederingen die mensen moesten ondergaan, voorbeelden van verdringing van bestaande arbeid, de rechteloosheid van de dwangarbeiders, etc.

Al deze acties en discussies beginnen nu hun resultaten af te werpen. In het nieuwe college akkoord in Amsterdam wordt dwangarbeid, het werken met behoud van uitkering in participatieplaatsen afgeschaft. Laurens Ivens, de onderhandelaar namens de SP, heeft bij de presentatie van het akkoord gezegd dat werklozen dit niet meer hoeven te doen.  In het akkoord staat letterlijk: ‘we stoppen met onbetaald werk’. Wij zijn blij met deze maatregel. Er gaat een heel ander beleid gevoerd worden. Werklozen kunnen voortaan kiezen uit scholing, zelfgekozen vrijwilligerswerk of nieuwe ‘perspectiefbanen’ waarbij het minimumloon of een cao loon wordt betaald. Deze ‘perspectiefbanen’ kunnen worden ingezet bij scholen, sportverenigingen, culturele instellingen. Er wordt een Werkbedrijf opgericht, al een oud plan van de SP, waarin de Dienst Werk en Inkomen (sociale dienst) opgaat. Dit werkbedrijf initieert en begeleidt de perspectiefbanen, de sociale werkvoorziening en de dagbesteding in samenwerking met gemeentelijke organisaties, Amsterdamse instellingen, sociale firma’s en het bedrijfsleven.

Wij zijn blij met de behaalde resultaten, maar de strijd gaat door. In de eerste plaats zullen we de uitvoering van het akkoord kritisch blijven volgen. Uitgangspunt voor ons is dat werkzoekenden op basis van vrijwilligheid kunnen deelnemen aan eventuele trajecten, dat ze zelf voorstellen kunnen doen en dat er eindelijk, eindelijk eens structureel geluisterd wordt naar de werkzoekenden zelf, die vaak zelf de beste plannen hebben om hun leven in te richten gezien hun persoonlijke omstandigheden. Strafkortingen passen daar niet in. De ‘zinvolle’ dagbesteding die georganiseerd gaat worden voor Amsterdammers die geen betaald werk kunnen verrichten moet geheel vrijwillig zijn. In de tweede plaats willen we andere groepen in het land steunen om ook de dwangarbeid in hun gemeente afgeschaft te krijgen.

Wij hopen dat wij op korte termijn voorlichtingsacties met flyers kunnen organiseren om de dwangarbeiders, die op dit moment nog als dwangarbeider aan het werk zijn in projecten als het Amsterdamse Bos en andere trajecten van de Herstelling Werk en Uitvoering, erop te wijzen dat hun lijdensweg wat dit betreft ophoudt. En dat ze ermee kunnen stoppen. Of als ze er bijvoorbeeld voor willen kiezen het werk te blijven doen zoals bij het concern congres centrum of de scanbedrijven van het gemeentearchief dit voortaan betaald wordt volgens het arbeidsrecht en het geldende cao-loon.


Actiecomite Dwangarbeidnee
020-6181815
info@dwangarbeidnee.nl
http://dwangarbeidnee.blogspot.nl

Doorbraak Amsterdam

maandag 26 mei 2014

Nieuw programma volgens nieuwe journalistieke methoden over werken met behoud van uitkering, dwangarbeid, tegenprestatie en werkloos zijn

Nieuw programma volgens nieuwe journalistieke methoden over werken met 
behoud van uitkering, dwangarbeid, tegenprestatie en werkloos zijn.

Vorige week heeft de Bijstandsbond gepraat met Bastiaan Hetebrij en 
Marije Betten van het NCRV/KRO programma Altijd Wat Monitor. Dit is een 
onderzoeksjournalistiek programma waarbij een bepaald onderwerp nader 
wordt uitgediept. Ze hebben onlangs een programma gemaakt over aangifte 
doen bij de politie. Ze gaan nu een programma maken over werken met 
behoud van uitkering cq dwangarbeid en over de generieke tegenprestatie. 
Uitgangspunt is niet, zoals in de oude journalistiek, dat een journalist 
allerlei mensen intervieuwt, dingen onderzoekt en daar dan een programma 
over maakt. Dus dat alles via hem of haar loopt en die er dan een tekst, 
filmpje reportage of documentaire van maakt.  Dat vinden ze ouderwetse 
journalistiek. Uitgangspunt is dat meer gebruik wordt gemaakt van de 
mensen die er wat vanaf weten via internet. De mensen dragen zelf 
informatie aan en in wisselwerking met de redactie komt daar dan iets 
uitrollen, althans zo hebben wij het begrepen. Journalistiek waarbij je 
je wat meer laat leiden door het publiek.  Daarom hebben ze vandaag een 
internetsite gelanceerd, waar dwangarbeiders hun vragen, opmerkingen, 
klachten en voorstellen kunnen deponeren. Alles wordt ook gevolgd op 
twitter, facebook en er worden videoclips gemaakt, met interviews met 
ervaringsdeskundigen, etc. Hoewel dit op zich al een heel gebeuren is, 
gaat dit resulteren in een programma van 25 minuten op de televisie in 
september. Ze zijn nu een week bezig met het onderzoek, maar de eerste 
weblog is al gepubliceerd. Daarbij moeten ze er duidelijk nog inkomen, 
want in de blog staat met zoveel woorden: dat de werklozen en 
bijstandsgerechtigden in het bijzonder steeds strenger worden aangepakt 
is terecht, want wie kan werken moet werken'. Dan heb je het nog niet 
helemaal begrepen. Aan ons hen dat uit te leggen. Je kunt reacties kwijt 
op hun website. http://www.werkloosenboos.nl

Piet van der Lende

maandag 12 mei 2014

De werklozenbeweging tussen de beide wereldoorlogen

Op 27 maart hield de historicus Wim Pelt op uitnodiging van de Bijstandsbond in Amsterdam een boeiende lezing over de strijdbare werklozenbeweging in het tijdvak tussen de twee wereldoorlogen. Hieronder de integrale tekst.

In 1920 werd de crisis voelbaar, de werkloosheid nam toe en de werkgevers gingen over tot loonsverlaging. Al daalde het aantal werklozen tussen 1923 en 1929, de werkloosheid bleef aanzienlijk. In die jaren bestond er een zwakke en verdeelde werklozenbeweging. Het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS), een vakbond met anarcho-syndicalistische trekken, had een comité dat eisen stelde aan de arbeidsvoorwaarden in de werkverschaffing en dat verbetering van de positie van de werklozen nastreefde. Midden jaren twintig richtte de Revolutionair Socialistische Partij (RSP) het Landelijk Werklozen Comité op, dat plaatselijk met het NAS samenwerkte en vooral in het Rotterdamse enige aanhang verwierf.
In Amsterdam en de grotere steden namen de communisten het initiatief tot het vormen van Werklozen Agitatie Comités (WACs). In 1929 verenigden de WACs van Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, Schiedam, Delft, Leiden en Den Haag zich tot een landelijke organisatie, het LWAC. Het actieprogramma omvatte onder meer stopzetting van verplichte werkverschaffing, productief werk tegen vol loon, reiskostenvergoeding, gereedschap, geneeskundige hulp, steun gelijk aan het laatst verdiende loon, en gelijke rechten voor vrouwen.

Sociaal-democratische tegenstanders

De Communistische Partij Holland (CPH) gaf niet geheel zelfstandig richting aan de werklozenbeweging. De partij kreeg orders van de Rode Vakbonds Internationale (RVI) die in Moskou zetelde. In 1928 ging de RVI over tot het oprichten van een Rode Vakbond Oppositie (RVO). Dat waren comités van werkenden en werklozen die zich vooral richten tegen de “sociaal-fascistische” leiding van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). De communisten verwachtten dat de sociaal-democratische leiders de gevaarlijkste tegenstanders zouden worden in de op handen zijnde socialistische revolutie. De RVO hield in januari 1931 een werklozencongres waar onder meer de volgende eisen werden geformuleerd: extra winterhulp, afschaffing van premie-afdracht aan de werklozenkassen van de vakbeweging, gelijke steun voor georganiseerden en ongeorganiseerden, steun voor jongeren en vrouwen, vijftig procent steunverhoging, geen huisuitzetting wegens huurschuld, geen gedwongen werkverschaffing en geen loonsverlaging.
Met deze maximalistische eisen kreeg de RVO een paar duizend mensen naar een demonstratie in Den Haag. Geconfronteerd met de doorgevoerde verslechteringen bij de zich verdiepende crisis werden de eisen bijgesteld. De regering Ruys de Beerenbrouck verkortte de uitkeringsduur van de steun die ook nog eens werd verlaagd. “Weg met Ruys de Beerenbrouck, hij maakt onze centen zoek!”, was een populaire leuze in werklozendemonstraties.

Stempelstaking

In de werkverschaffing richtten de communisten gekozen vertrouwensmannencommissies op. Ontslag van vertrouwensmannen leidde tot stakingen, die echter snel verliepen door onvoldoende steun. De WACs probeerden advies en praktische hulp te bieden in samenwerking met de gemeenteraadsfracties van de CPH. De WACs werden na een paar jaar omgezet in beter georganiseerde Werklozen Strijd Comités (WSCs), die lokaaltjes huurden voor advieswerk, cursussen en ontspanning. Werk tegen normaal loon was de belangrijkste eis, verder geen steunverlaging, huurverlaging, en lagere gas- en elektra-tarieven.
De regering wilde in 1932 de steun met vijftien procent verlagen. Daartegen organiseerden de WSCs en de CPH een “Rode Dinsdag” op Prinsjesdag. De gemeente Den Haag verbood de demonstratie en de politie trad gewelddadig op tegen de demonstranten. Er werd zelfs geschoten. Het NVV en de SDAP demonstreerden in november en kregen daarvoor tachtigduizend mensen op de been. Geconfronteerd met de massale protesten trok de regering het plan tot steunverlaging in.
In Amsterdam organiseerden de WSCs een stempelstaking tegen het gehate tweemaal daags stempelen. Die werd verloren omdat er geen economische druk van uitging en de werklozen werden getroffen door inhouding van de steun. Later werd het tweemaal daags stempelen teruggebracht tot een keer. Georganiseerde werklozen hoefden maar een keer te stempelen en kregen ook iets meer steun uit door de overheid gesubsidieerde werklozenkassen van de vakbeweging. In 1933 richtte het NVV eigen werklozenverenigingen op, waar vakbondsleden automatisch lid van werden zodra ze werkloos waren. Die verenigingen hielden zich uitsluitend bezig met ontspanning, niet met acties. Hun blad “Werklozenzorg” keerde zich fel tegen de WSCs en de CPH. Hun leuze was overgenomen van de SDAP: “Communisme en fascisme is een”.

Het Jordaanoproer

In juli 1934 kondigde premier Colijn een steunverlaging af, die voor velen neerkwam op zo’n twintig tot dertig procent minder inkomen. De CPH organiseerde een grote protestvergadering in de Diamantbeurs in Amsterdam en de WSCs hielden in zo veel mogelijk buurten demonstraties en protestvergaderingen. Een demonstratie in de Indische Buurt werd door de politie uiteengeslagen. Op 4 juli, de dag dat voor het eerst de verlaagde steun werd uitbetaald, bezetten werklozen enkele uren het gebouw van Maatschappelijke Steun. Een demonstratie op de Noordermarkt liep uit op gevechten met de politie. Het WSC Lauriergracht belegde die avond een protestvergadering in de Harmonie. Na afloop trad de politie gewelddadig op en ook nu weer werd er geschoten.
De opgekropte woede van jaren misère en vernedering kwam tot uitbarsting. In de Jordaan begonnen mensen barricaden op te werpen tegen de politie. Ze haalden de bruggen van de grachten op die de wijk omringden. Vanuit de ramen smeten de Jordaners huisraad, stenen, dakpannen en bloempotten naar de politie. De regering zette de marechaussee in met karabijnen en zelfs pantserwagens. Straat voor straat moest op de bewoners worden ‘veroverd’. Er vielen doden en veel gewonden. De CPH breidde de acties uit naar de Dapperbuurt, de Indische Buurt, de Eilanden, Gerard Dou, West, de Spaarndammerbuurt en Noord om de Jordaan van het politiegeweld te ontlasten. De WSCs gingen bedrijven langs om op te roepen tot solidariteitsstakingen. Dat lukte enkel in de houthaven en op sommige bouwobjecten. De Tribune, het blad van de CPH, en de WSCs hadden niet tot geweld opgeroepen en juist gewaarschuwd tegen provocaties, maar op 7 juli werden de persen van de Tribune in beslag genomen. Deze acties leverden niets tastbaars op.

Eendacht Maakt Macht

Een gebrek van de WSCs was dat ze geen contact hadden met de vakbeweging en daardoor te weinig met de werkende arbeiders. Vanaf de zomer van 1934 streefde de Communistische Internationale naar eenheid tegen het fascisme. Dat werd dus ook de politiek van de CPH en de WSCs. De communisten moesten voortaan actief zijn in de “reformistische” vakbonden en het Plan van de Arbeid van de SDAP en het NVV ondersteunen, waarin uitvoering van grote werken, handhaving van cao’s, een veertigurige werkweek en verhoging van de steun werd geëist. De WSCs moesten aansluiting bij het NVV zoeken.
De Amsterdamse WSCs richtten de Amsterdamse Vereniging van Ongeorganiseerde Werklozen op, die al snel naar haar orgaan Eendracht Maakt Macht (EMM) werd genoemd. In de statuten stond dat arbeiders lid moest worden van de vakvereniging zodra ze werk hadden. EMM wilde de werklozen verenigen die niet in het NVV konden worden opgenomen. Verder wilde EMM dezelfde rechten voor ongeorganiseerde werklozen, betrekkingen met de overheid voor belangenbehartiging, lokalen van de gemeente voor cultureel werk en goedkope bad- en zwemgelegenheid. In januari 1937 had EMM zes afdelingen en vierduizend leden. De organisatie vormde ook vrouwencomités en jongerengroepen. Elders in het land lukte het ook hier en daar om dergelijke verenigingen tot stand te brengen. EMM had iets te bieden, want Voorwaarts, de werklozenvereniging van het NVV, had in juli 1936 niet meer dan tweehonderdnegenendertig leden.

Acties tegen afschaffing van huurtoeslag

In augustus 1936 kwam de regering met nieuwe maatregelen tot steunverlaging, waarvan de belangrijkste de afschaffing van de huurtoeslag was. Meer dan twintig procent van de huur werd niet meer vergoed voor zestig procent van de Amsterdamse werklozen. Volgens de regering bevorderde deze maatregel huurverlaging. EMM belegde wijkvergaderingen en organiseerde allerlei vormen van protest. Ook het NVV protesteerde tegen de afschaffing van de huurtoeslag. NVV-bestuurder Lindeman riep op de huurtoeslag van de huur af te houden. Protestmeetings van het NVV in Amsterdam en Rotterdam werden bezocht door respectievelijk negenduizend en vijfduizend mensen. In deze omstandigheden, waarbij al gauw de vlam in de pan kon slaan, stelde Colijn de steunverlaging vier weken uit.
De oproep om de huurtoeslag van de huur af te houden bracht de huuracties in een stroomversnelling. EMM gaf ondersteuning met haar adviesbureaus. Bij gerechtelijke verkoping mobiliseerde men buurtbewoners om opkopers uit de straat te houden en collecteerde men om de huisraad op te kunnen kopen en terug te geven. Dit soort solidariteitsacties waren al een traditie in Amsterdamse arbeidersbuurten. De regering voerde huurverlaging voor woningwetwoningen door en zwakte de steunverlaging iets af. Eind september 1936 werd de gulden met twintig procent gedevalueerd en dat veroorzaakte prijsstijgingen.
In 1937 slaagde EMM er in zich aan te sluiten bij het NVV en daarna ook bij de Amsterdamse Bestuurders Bond (ABB). De vreugde over de bereikte eenheid was van korte duur, want de ABB begon al snel met het royeren van communisten. Vervolgens probeerde de ABB nieuwe statuten door te drukken, waarin het voor communisten verboden was om lid te zijn van EMM. Alle ledenvergaderingen wezen deze clausule af. Het bestuur trad af, maar dat mocht niet baten: april 1939 werd EMM uit het NVV gezet. Geroyeerd uit het NVV vormde EMM met andere werklozencomités de Landelijke Bond van Werkverschaffingarbeiders met weldra meer dan veertig afdelingen in het hele land. EMM belegde met kerstmis 1939 een groot landelijk congres in Bellevue.

Verzet in de werkverschaffing

Een bron van conflict met het NVV werd ook de werkverschaffing. Het NVV zat in de provinciale Werkcomités voor de werkverschaffing. Deze comités stelden voor de arbeiders onder meer de strafmaat vast bij overtredingen. Dat betekende dan uitsluiting en dus lagere steun. Toen de werkverschaffing in mei 1938 werd uitgebreid, namen de activiteiten van EMM daar toe. De organisatie beschouwde werkverschaffing als een loondruk-experiment. De arbeiders kozen commissies die niet erkend werden door de Nederlandse Heidemij. EMM steunde stakingen en demonstraties, organiseerde meetings, petities en werkte met steunlijsten. De acties richtten zich op verbetering van de lonen, de arbeidsduur en de sociale toestanden in de werkverschaffing. Toen de regering verdedigingswerken liet aanleggen, eiste EMM dat daarvoor een normaal loon werd betaald.
Vanaf maart 1937 werden werklozen naar Duitsland gestuurd. De werklozenbeweging voerde daar actie tegen. Werklozen mochten principiële bezwaren maken, maar weigeren kon wel hun uitkering kosten. Ook werden werklozen, in plaats van werkenden, opgeroepen voor militaire dienst. Tijdens de laatste vooroorlogse jaren liep de werkloosheid terug, maar de prijzen bleven stijgen. Bij de Duitse inval sloot EMM haar lokalen en het adressenmateriaal werd verbrand. De commissies in de werkverschaffing bleven deels bestaan.

Strijd van werkverschaffingarbeiders tijdens de bezetting

Na 10 mei 1940 steeg de werkloosheid doordat veel bedrijven stil vielen. Om te voorkomen dat grote groepen werklozen voor de stempellokalen samendromden, werd het gehate stempelen afgeschaft. Er kwam een verbod op het stilleggen van bedrijven en de werkverschaffing werd uitgebreid. Gedemobiliseerden moesten in de opbouwdienst. Ook daar werd actie tegen gevoerd, omdat dit werd gezien als het voorportaal van de Arbeidsdienst in Duitsland. Eind december werkten bijna zevenduizend Amsterdammers in Duitsland, eenentwintighonderd werklozen en duizend werkverschaffingarbeiders hadden geweigerd. In februari 1941 waren de prijzen sinds het uitbreken van de oorlog met 38,1 procent gestegen. Veel activisten van EMM zaten nu in de werkverschaffing. Op verschillende plaatsen waren acties. De actieleiders stuurden met hun namen ondertekende brieven naar de overheid en stapten zelfs naar de Ortskommandantur. Daar werd erkend dat de lonen te laag waren, maar staken was verboden en stakingsleiders werden gewaarschuwd dat ze de kogel konden krijgen. De Duitsers hoopten in het begin van de bezetting de Nederlandse bevolking als “Brudervolk” te paaien. Daar maakten de werkverschaffingarbeiders gebruik van.
Op verschillende objecten slaagden EMM-ers er opnieuw in door de arbeiders gekozen commissies tot stand te brengen. Ze spraken de arbeiders toe in de fietsenstalling en in de trein. De objectcommissies vergaderden in de trein, deden daar ook advieswerk en probeerden de saamhorigheid van de werkverschaffingarbeiders te verbeteren. Ze bemoeiden zich met de arbeidsomstandigheden en de hoogte van het akkoordloon. Al werden ze niet officieel door de werkleiding erkend, ze bereikten meer dan voor de bezetting. In oktober 1940 vaardigden de commissies iemand af naar de overkoepelende Vertrouwenscommissie die werd geleid door de voormalige EMM-voorzitter Arie van Rijkom. De Vertrouwenscommissie vergaderde ‘s zondagmorgens in café De Witte Ballon aan de Wittenkade. Zij stuurde een met de namen van de commissieleden ondertekende brief naar de directeur van de Arbeidsbeurs, naar de werkleiding, de rijksinspecteur en de waarnemend secretaris-generaal van Sociale Zaken Verwey. In de brief eiste de vertrouwenscommissie hoger loon, een duurtetoeslag, kortere werktijden en betere arbeidsvoorwaarden. Dit eisenpakket werd ook als pamflet op de objecten verspreid, maar de acties zouden over een ander punt beginnen.

Actie tegen werktijdverlenging

Werkverschaffingarbeiders waren vaak dertien tot veertien uur van huis door de lange reistijden. Toen op een aantal objecten rond Amersfoort ook nog werktijdverlenging werd afgekondigd, stuurde de Amsterdamse Vertrouwenscommissie een brief naar de waarnemend secretaris-generaal waarin zij dreigde met acties als de werktijdverlenging niet werd ingetrokken en als niet aan de eerder gestelde eisen tegemoet werd gekomen. Op de objecten stopten de arbeiders twee dagen achtereen op de oude tijd. Verwey liet de achttienhonderd werkverschaffingarbeiders van de betreffende projecten schorsen en verbood voor hen de steun. Dagelijks demonstreerden ze daarop voor de Arbeidsbeurs op de Passeerdersgracht om uitbetaling van de steun te eisen. De Vertrouwenscommissie sprak de menigte toe op het Raamplein. In de buurten en bij het uitgaan van bedrijven werd gewerkt met steunlijsten.
Zo’n tweeduizend werkverschaffingarbeiders kampeerden met hun gezinnen en sympathisanten in de galerij van het voormalige Paleis van Volksvlijt, waar de Arbeidsreserve zat. Buurtbewoners brachten brood en surrogaatkoffie. Toen honderden vrouwen van werkverschaffingarbeiders zich op het Raamplein verzamelden, werden ze door de politie met gummiknuppels uiteengeslagen. Daarop trokken ze naar de Ortskommandantur op het Museumplein. Terwijl een delegatie binnen hun eisen naar voren bracht, werd door de vrouwen buiten “Honger! Honger!” gescandeerd. Inmiddels waren de meeste werkverschaffingarbeiders weer aan het werk gegaan, waarvoor ze eerst een verklaring hadden moeten ondertekenen dat ze zich voortaan aan de voorschriften van de Werkleiding zouden houden. De Vertrouwenscommissie had hen afgeraden te tekenen, omdat er nog helemaal geen eisen waren ingewilligd. Ze gingen toch, maar stopten op de oude tijd. Daarom werden ze de volgende dag alweer uitgesloten. Weer demonstraties en nu ook hardere confrontaties met de politie. Het NVV, dat nu werd bestuurd door NSB-ers, probeerde de acties over te nemen, maar daar trapten de werkverschaffingarbeiders niet in. Nu ging de bezetter zich ermee bemoeien, vanwege “Kommunistische tendenzen”. De commissieleden werden bij de SD op de Herengracht ontboden. Ze ontkenden ook maar iets te maken te hebben met de illegale CPN. Zij werden ervoor verantwoordelijk gehouden duizenden arbeiders in staking te hebben gebracht en in de stad rellen te hebben veroorzaakt. De Vertrouwenscommissie hield vol dat de Nederlandse Heidemij de schuldige was, want die had de werktijden verlengd.

Februari-staking

De actie leidde tot resultaten: de steun werd uitbetaald, de werktijd werd niet verlengd, verloren reistijd werd vergoed en behalve de commissieleden mocht iedereen weer aan het werk. De commissieleden moesten opnieuw voor verhoor bij de SD komen. Zij hielden vol geen communisten te zijn, maar enkelen konden niet ontkennen bestuurslid te zijn geweest van EMM. In hun agitatie hadden ze zich uitsluitend gericht tot de Nederlandse autoriteiten. De commissieleden werden drie weken vastgehouden op de Weteringschans, waarna ze naar een strafkolonie in Vinkeveen werden gestuurd.
Op 21 december werd de werkverschaffing gestopt vanwege kerstmis en de ingetreden vorst. Zo’n tienduizend arbeiders waren uitgevroren. Dat betekende een terugval van een gemiddeld weekloon van vierentwintig gulden naar gemiddeld dertien gulden steun. Dus werd hogere steun geëist. De meetings op het Raamplein, die werden toegesproken door vertrouwensmannen als Wouter Kalf, werden groter en groter. Er kwamen ook delegaties van gemeente- en metaalbedrijven. De hele maand januari 1941 werd er gedemonstreerd op het Raamplein, bij het NVV-kantoor in de P.C. Hooftstraat en bij het stadhuis. Toen de actieleiding op 29 januari een meeting in het Vondelpark probeerde te houden, reed de Grüne Polizei met overvalwagens en machinegeweren het park in. De massa verspreidde zich en er gebeurde niets.
Op 31 januari werd bekend dat alle werklozen één week extra steun kregen. Dat was te weinig, dus de acties tegen de Nederlandse autoriteiten en het door de NSB bestuurde NVV werden voortgezet. Openlijke agitatie tegen de Duitse bezetter kon bij deze publiekelijk gevoerde acties niet. De werkverschaffingarbeiders hadden het door de bezetter afgekondigde verbod op staken en demonstreren genegeerd en laten zien dat met acties iets kon worden bereikt. Het kan niet anders of dat moet van grote invloed zijn geweest op de daaropvolgende Februari-staking.
Op 25 februari om zes uur ‘s ochtends probeerden leden van de vertrouwenscommissie de werkverschaffingarbeiders op het Centraal Station ervan te weerhouden in de trein te stappen, om zo te staken tegen de Jodenvervolging. Een groot deel beloofde op het object te staken, zo’n vierhonderd mensen stapten niet in de trein. Commissieleden sprongen in de rijdende trein om ook de rest eruit te krijgen. Dat lukte niet, op het Muiderpoort Station stapten er slechts honderd uit. Met anderen blokkeerden ze het station. Werkverschaffingarbeiders trokken door de stad om iedereen tot staken op te roepen. Wouter Kalf probeerde de werkverschaffingarbeiders op het Raamplein toe te spreken, maar de politie verhinderde dat. Toen Kalf ‘s avonds bij het Centraal Station terugkerende werkverschaffingarbeiders opriep om de volgende dag te staken, werd hij gearresteerd door een NSB-agent. Hij werd uitgeleverd aan de Sicherheits Polizei. De Duitse politie en de Wehrmacht traden met grof geweld op. Met dertien doden en vele tientallen gewonden werd de staking de kop ingedrukt.
Wim Pelt
Bronnen
  • Wim Pelt, “Die Erwerblosenbewegung zwischen RGI en IGB”, in: Internationale Tagung der Historiker der Arbeiterbewegung, 16. Linzer Konferenz, 1980.
  • Wim Pelt, “Eendracht Maakt Macht”, in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr.2, Amsterdam, 1979.
  • Verslag van de PKV-werklozengroep, Utrecht 1978.
  • H.Bakker en E.Nijhof, “Het Jordaanoproer”, in: Tijdschrift voor sociale geschiedenis, maart 1978.
  • Wim Pelt, “Vrede door revolutie. De CPN tijdens het Molotov-Ribbentrop Pact (1939-1941)”, Den Haag, 1990.